Hij is fervent voetballiefhebber en houdt wel van een feestje. “Bijzondere momenten in het leven moet je vieren”, stelt broeder Jan Laan, prior van het Dominicanenklooster in Zwolle. “Af en toe een glimlach op het gezicht van anderen krijgen: dat is mijn zout en licht.”
Hoe kijkt u terug op uw jeugd?
,,Ik kom uit een warm nest. Dat is een geschenk. Mijn ouders hadden elkaar ongelooflijk lief en gaven die liefde door aan hun tien kinderen. Mijn vader had een kleine kantoorboekhandel. Best bijzonder voor een klein dorp als Avenhorn! Hij was er al op zijn achttiende mee begonnen, nadat hij door een ongeluk niet langer als tuindersknecht kon werken. En hij heeft het ermee gered. We hadden het niet breed, maar daar hebben wij als kinderen nooit wat van gemerkt.”
Wat hebt u van uw ouders geleerd?
,,Attent zijn, voor de kleine dingen. Mijn ouders waren sociaal bewogen en dat is voor mij nog steeds veelbetekenend. Mijn vader bracht een blaadje uit, waarin middenstanders in het dorp hun waar konden aanprijzen maar ook de katholieke parochie publiceerde wie bijvoorbeeld gedoopt, ziek of gestorven was. Hij stuurde altijd een kaartje naar de zieken. Toen mijn moeder een keer in het ziekenhuis lag, was de hele wand bedekt met kaarten.”
Jezus is mijn inspirator, omdat Hij zo menselijk is
Waarom ontroert deze herinnering u? ,,Omdat dit de kern raakt van mijn bestaan. Een klein gebaar, al is het een kaartje, roept iets van waardering op. Je hoeft niet veel te doen, een glimlach is genoeg. Ik geloof dat het bestaan je gegeven wordt. Je moet er maar iets van maken! En wat is nu de beste manier om goed met elkaar om te gaan? Die vraag heeft me altijd geboeid. Jezus is mijn inspirator, omdat Hij zo menselijk is. Hij leert ons om elkaar te zien. En dat je zelf ook gezien mag worden.”
Is het uw roeping om mensen daarvan te overtuigen?
,,Ik zou nooit zeggen: ‘zo hoort u te leven’. Maar ik probeer het wel zelf uit te dragen. God boetseerde de mens uit de aarde en blies er Zijn levensadem in. Zo werd de mens een levend wezen. Dat inzicht, dat God met mijn leven te maken heeft en met het jouwe, dat is ongelooflijk. Elk mens doet ertoe! Toen de homobeweging opkwam, maakten veel mensen zich druk. Mijn vader zei toen: ‘Blijkbaar vindt God deze mensen mooi, anders had Hij ze niet geschapen’. Daarmee rechtvaardigde hij hoe hij omging met anderen. Dat hij dat zei, zie ik als de hand van God in mijn leven.”
Elk mens doet ertoe
,,Ik bid vaak tot de Heilige Geest, minder tot God of Jezus. Het is de adem die ontvangt en die mag uitademen. Gods levensadem is in mij en in jou en die mogen we met elkaar delen. Ik houd ervan om mensen met de Heilige Geest te zegenen. Dat ze geestrijk, en zelfs geestig mogen worden. Daar leef ik voor een deel uit.”
Waarom bent u broeder Dominicaan geworden?
,,Toen ik op de lagere school zat, kwam een keer een missionaris langs uit een Afrikaans land. Die vertelde blijkbaar zó enthousiast, dat ik bij thuiskomst riep: ‘ik word missionaris!’ Als iemand zei dat hij brandweerman wilde worden, werd gedacht ‘dat zal wel’. Maar deze uitspraak werd al snel geïnterpreteerd als een roeping. En dus ging ik als jongen van twaalf naar het internaat bij Nijmegen, om daar het gymnasium te volgen aan het Sint Dominicus College. In 1968 ben ik uiteindelijk tot priester gewijd.”
Ik ben ook wel eens stapelverliefd geweest, maar heb toch telkens geconcludeerd dat dit mijn weg is.
Hebt u die keuze wel eens heroverwogen? ,,Zeker. Iedere zeven jaar stel ik mezelf de vraag: is dit wel mijn weg? Dan zet ik alle plussen en minnen naast elkaar. Tot nu toe heb ik steeds voor de broederschap van de dominicanen gekozen. Natuurlijk was dat soms moeilijk. Mijn broers en zussen zijn allemaal gelukkig getrouwd. Ik ben ook wel eens stapelverliefd geweest. Maar toch heb ik telkens weer geconcludeerd dat ik op de juiste weg ben.”
Inmiddels bent u al meer dan 50 jaar priester. Hoe hebt u dat gevierd?
,,Voor een jubileum is het gebruikelijk belangrijke mensen uit te nodigen. Maar Jezus zegt: als je niet wordt als een kind, kom je het Koninkrijk van God niet binnen. Dus dacht ik: al die volwassenen moeten maar eens luisteren naar kinderen. De kinderen en tieners van de parochie in Rotterdam leidden onze viering ter ere van mijn veertigjarig jubileum, en deden dat voortreffelijk!”
Mijn vrienden en familie hebben allemaal het vermogen om de ander echt te zien.
En wat deed u tien jaar later? ,,Mijn vijftigjarig jubileum vierde ik met tien mensen die ik in de loop van mijn leven ontmoette. Ik noemde het feest ‘Jan en Alleman’: de slager hier vlakbij, iemand van het hospice, een vrijwilliger van een manege voor kinderen met een handicap. Ook wat vrienden uit Rotterdam en Tiel en een paar familieleden. Allemaal hebben ze het vermogen de ander echt te zien. Zij zijn ankers in de samenleving: mensen die door hun zorg en toewijding anderen doen verwonderen en verbazen. Zij zijn de zaligen waar Jezus in zijn Bergrede over spreekt. Door hun ogen zien wij de ware volheid. Heel tastbaar en menswaardig. En het mooie is dat iedereen het kan.”
Hoe doet u anderen verwonderen?
,,Toen ik net voor het eerst kapelaan was, bij de parochie in Tiel, zat ik eens te bulderen van het lachen voor de televisie. Ik denk dat ik naar Van Kooten en De Bie keek, of de Dikke en de Dunne. Hoe dan ook, de andere broeders kwamen uit nieuwsgierigheid naar beneden gerend. Na de zaligsprekingen in zijn Bergrede zegt Jezus tegen al zijn toehoorders: jullie zijn het zout van de aarde en het licht van de wereld. Nu, dacht ik, wat is mijn zout en mijn licht? Dat ik zo hartelijk kan lachen dat mensen naar beneden komen om mee te doen. Als ik maar af en toe een glimlach op het gezicht van anderen kan krijgen.”
Mijn zout en mijn licht is dat ik zo hartelijk kan lachen
,,Iedere gemeenschap zou minstens eens per jaar een feest moeten vieren. Lekker eten en drinken in een ongedwongen sfeer. Mensen die aan een feest deelnemen, zijn heel open en in staat om meer over zichzelf te vertellen dan gewoonlijk. Een feest is zó verbindend. Daar heb je daarna samen profijt van.”
Zijn uw verwachtingen van het leven uitgekomen?
,,Ik mag, nu ik gepensioneerd ben, met een stuk dankbaarheid terugkijken op wat ik heb mogen meemaken. Ik heb best heel wat waardering ontvangen, voor wie ik ben en voor wat ik gedaan heb. Tegelijk roept dat bij mij ergens een gevoel van falen op. Met uitvaarten bijvoorbeeld wil je er als pastor zo goed mogelijk zijn voor de familie van de overledene. Ik probeerde ook daarna nog bij ze langs te gaan. Maar dan… de week erop stierf een ander. Het werk ging door en stapelde zich op. Dan moest ik het overgeven. Maar het gevoel dat ik niet genoeg aandacht heb gegeven, blijft.”
Mijn gebed voor de toekomst is dat ik aandachtig, nieuwsgierig en geraakt mag blijven worden door wat er om me heen gebeurt
,,Toen ik in de jaren zestig in het Zwolse klooster filosofie studeerde, woonden we hier met 70 broeders. Nu zijn het er nog vier, van wie ik met mijn 83 jaar de jongste ben. Veel mensen zoeken niet meer naar antwoorden op hun levensvragen in de katholieke of protestantse kerk. Maar het belangrijkste is: ze zoeken nog wél. Onverschilligheid bestaat misschien, maar als levenshouding? Dat lijkt mij zo arm. Daarmee doe je jezelf uiteindelijk tekort. Je moet ergens door geraakt worden. Dat is ook mijn gebed voor de toekomst: dat ik aandachtig, nieuwsgierig en geraakt mag blijven worden door wat er om me heen gebeurt. En ontvankelijk, om daar op een goede manier op te reageren.”
Broeder Jan Laan (1940) groeide op in het West-Friese Avenhorn, als tweede zoon van Piet Laan en Bets Ruiter. Hij studeerde filosofie en theologie en trad in 1960 toe tot de Orde der Dominicanen. Hij werkte in parochies in Tiel en Rotterdam en is sinds 2013 (met een kleine onderbreking) prior van het Dominicanenklooster in Zwolle.
Tekst: Anneke Bolt
Beeld: Henrieke van Assen
Dit interview komt uit Elisabeth Magazine N0 13-2023. Wil je de Elisabeth ook ontvangen? Kijk hier voor een abonnement.
