Home Thema'sGeloven John Lapré: ‘De kerk is dé plek waar je eenzaamheid kunt verzachten’

John Lapré: ‘De kerk is dé plek waar je eenzaamheid kunt verzachten’

door Caroline de Vente
John Lapre

Spreker, schrijver en beroepsmilitair John Lapré (1986) is allesbehalve alleen, maar voelt zich regelmatig eenzaam. Nadat hij zijn homoseksuele gevoelens ontdekte, ervoer hij een eenzaamheid zo diep dat het lichamelijk pijn deed.

Eenzaam in de kerk

Een homoseksueel heeft het in de kerk vaak niet makkelijk. Als John Lapré over het onderwerp komt spreken, is er regelmatig iemand die opstaat en zegt: ‘Weet je wel dat jouw leven een gruwel is in Gods ogen?’ Terwijl hij net zijn kwetsbare verhaal heeft verteld. Of dat iemand mailt: ‘Alle homo’s komen uit een giertank.’
John staat voor het vrije woord, ook als het hemzelf door de ziel snijdt. En dat doet het. Het vergt later in de auto veel omdenken: dat het Gods grondpersoneel is dat zo veroordelend spreekt, niet God zelf! In zijn werk als beroepsmilitair bij Defensie zien zijn collega’s het als zijn kracht dat hij mensen wil verdedigen, ook de mensen die zijn levensstijl een gruwel vinden. Maar het is dubbel, erkent hij.

‘Ik ben niet normaal’

John groeide op als jongste in een gezin van vier kinderen, in een beschermde, reformatorische omgeving. Op zijn veertiende ontdekte hij dat hij op jongens viel. Vanaf dat moment hoorde hij in zijn achterhoofd een galm. ,,Dat ik niet normaal ben, in ieder geval niet zoals God het wil. Als kind wilde ik al graag leven zoals God dat van mij vroeg, maar hoe moest dat dan ooit? Het veroorzaakte een gigantische eenzaamheid, want erover praten kon ik niet. Bij mijn vrienden probeerde ik alles zo normaal mogelijk te laten lijken. En ondertussen bad ik om genezing. Stortte ik mijn hele hart voor Hem uit en bad ik met intens verdriet: God, waarom dan?”

Als ik erover had gepraat, was mijn leven anders gelopen

Zijn ouders zagen in die periode wel dat er iets was, maar ze hebben nooit durven doorvragen. Tijdens een vakantie met vrienden bereikte zijn identiteitsworsteling het dieptepunt. ,,We zaten op een eiland in Thailand, met een fenomenaal mooie natuur. Vroeg in de morgen zat ik bij de zee en ineens brak ik in tranen uit. De pijn! Het straalde uit tot in de pink van mijn rechterhand. Ik voelde me losgezongen van de werkelijkheid. Hoe kan ik met mijn gevoelens ooit onderdeel zijn van Gods mooie wereld? Het was een heel heftige ervaring, een gevoel van existentiële eenzaamheid. Wat ik al die jaren had opgekropt, kwam toen naar boven. Ik werd overvallen door een enorme dosis somberheid.”

Gods liefde voelen

Die ervaring zorgde er wel voor dat hij hulp ging zoeken, want dit leven zou hij niet volhouden, realiseerde hij zich. De somberheid werd overwonnen, maar wat nog mooier was: hij ging het evangelie begrijpen. John: ,,Ik worstelde als kind al met de uitverkiezing. Hoe kon ik weten of God mij aanvaardde? In een boekje van Willem Ouweneel las ik dat ik alleen maar het offer van Jezus op Golgotha dankbaar moest aannemen. Op 13 augustus 2006 ben ik op mijn knieën gegaan en heb ik gezegd: ‘Here Jezus, dank u voor het offer op Golgotha.’ Toen heb ik zijn liefde gevoeld. En daar is nooit meer iets tussen gekomen.
Ik beleef het niet altijd meer zo intens als toen, maar ik voel sindsdien dat mijn leven is opgenomen in de stroom van zegen van God. Ik zal niet verdrinken. Er ontstond hoop.”

Ik sta voor het vrije woord, ook als het mezelf door de ziel snijdt

Last van mensen

God die de existentiële eenzaamheid verdrijft. Toch zijn er nog momenten dat hij diepe eenzaamheid voelt. Dat wijt hij aan de wond die geslagen is in 2011. In diverse interviews is beschreven hoe John uit de kast kwam en daardoor zijn werk, de kerk, zijn huis en veel van zijn vrienden kwijtraakte. ,,Het was niet Gods schuld wat er gebeurde, het waren mensen. Maar mensen maken toch de wereld. Ik heb daar verdriet van en dat slaat op die momenten naar binnen.” Hij gaat er niet altijd gelijk mee naar God. ,,Dat zou het meest vrome antwoord zijn, maar dat is niet de praktijk. Ik voel dan helemaal niets, de Bijbel laat ik dicht. Maar op de bodem van mijn hart ligt wel die schreeuw: ‘God, geef me licht.’ En ik weet dat Hij dit niet eindeloos laat duren. Hij is er al, ook al voel ik het dan even niet. Die basis hecht zich steeds meer op mijn leven, merk ik. Hoe langer je met God wandelt, hoe meer Hij onderdeel wordt van je leven.”

Veilige plek

John is geen lid meer van een kerk, maar vindt dat de kerk wel een plek van veiligheid en liefde zou kunnen zijn. Een plek waar mensen de eenzaamheid van de ander – ook van homo’s – kunnen verzachten door ze deel te laten worden van wat ze zelf van God hebben ontvangen. ,,Toen ik jong was, had ik altijd de hoop dat iemand aan me zou vragen of ik misschien ergens mee zat. Dan had ik erover willen praten en had mijn leven er heel anders uitgezien. We zijn daar vaak te terughoudend in, maar dat hoeft niet als je de vraag open neerlegt, interesse toont, je zorg over iemand uitspreekt, iemand uitnodigt. Iedereen is tegenwoordig druk, ikzelf ook, maar toch. Christenen kunnen het verschil maken door onbaatzuchtig en onvoorwaardelijk op iemand af te stappen: ik geef deze avond aan jou. Dat zouden we meer moeten doen, hoe de tijdgeest ook is.”

De kerk is ook de plek van die ene boer, die opstond toen John het verhaal van de giertank vertelde en zei: ‘Gier brengt leven. Het wordt uitgestrooid over het land en brengt vrucht voort.’ Als dat geen omdenken is.

John Lapré heeft rechten gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij werkte een aantal jaren in het bedrijfsleven en werkt nu als beroepsmilitair (luitenant) bij het ministerie van Defensie. Hij schreef diverse boeken, waaronder Een kerk die knielt (een uitgave van Royal Jongbloed). Sinds april 2013 heeft hij een geregistreerd partnerschap met Lionel Lapré. Ze wonen momenteel in Almelo. Kijk voor meer informatie over John Lapré op zijn website.  

Dit interview is eerder gepubliceerd in Elisabeth Magazine, toen nog de Elisabethbode (2019, editie 18). Wil je de Elisabeth ook ontvangen? Neem een abonnement

Tekst: © Elisabeth (Jeanet van der Linden)
Beeld: Elisabeth