Home Thema'sGeloven Wonderlijke vissen

Wonderlijke vissen

door skempenaar
wonderlijke vissen

‘Zij doorkruisen de paden van de zeeën.’ Dat wordt in Psalm 8 gezegd over de vissen (vertaling 1951). Zij leven in hun eigen wereld, die voor ons slechts beperkt toegankelijk is. Vissen spelen een belangrijke rol in de Bijbel. Ze vormen vaak onderdeel van een groot wonder en ze hebben vaak een heel bijzondere betekenis en symboliek.

Dit onmogelijk klinkende verhaal is tóch herkenbaar

De vissen zijn geteld, want ze doen er allemaal toe

Tekst: Evert Pieter van der Veen Beeld: Dreamstime

 

 

‘Toen Jona in de walvis zat…’

… maar dat zat hij niet… De Bijbel spreekt niet over een walvis, maar over een ‘grote vis’ die God gebruikt om zijn koppige profeet Jona te redden uit zee. Normaal zou een mens met huid en haar worden verslonden in het binnenste van een groot zeedier, maar hier erkent Jona: ‘Het is de Heer die redt!’ (Jona 2:10)

Dit onmogelijk klinkende verhaal staat ver van ons af, maar is tóch herkenbaar. Soms word je in het diepe gegooid en je weet niet waar je uitkomt. Een ‘grote vis’ van God redt je: een liefdevol en behulpzaam mens, precies op het juiste moment.

Nood leert bidden, maar Jona dankt God ook in het binnenste van de vis, omdat hij zich geborgen voelt. Wij mogen danken wanneer we Gods nabijheid ervaren in een ‘grote vis’: een levend teken van zijn trouw die ons vasthoudt en weer vaste grond onder de voeten geeft.

Jezus vergelijkt zijn opstanding uit het graf met het verhaal van Jona: ‘Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster zat, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in de schoot van de aarde zijn’ (Matteüs 12:40, Willibrordvertaling). Zo kunnen wij soms vanuit een dieptepunt toch weer verdergaan.

‘Jezus die langs het water liep…’

‘… en Simon en Andreas riep’, zo begint Gezang 147 uit het Liedboek voor de kerken. De werkervaring van Simon en Andreas krijgt bij Jezus een diepere dimensie: zij worden vissers van mensen. In hun oude beroep bevaren zij het Meer van Galilea op zoek naar vis, hun dagelijks brood. Hun nieuwe taak wordt zoeken naar mensen, en die ontmoetingen zullen leiden tot relaties waarin geloofsvertrouwen opbloeit.

Vissers in plaats van schriftgeleerden, mensen van de werkvloer en niet uit een beschermde omgeving. Jezus ziet iets in hen en leidt hen naar een nieuwe bestemming. Soms ervaren wij dat ook: het loopt anders dan wij denken. Je wordt gezien, gevraagd, erbij gehaald. En dan? Misschien heb je een goede reden om ‘nee’ te zeggen? Verzin je een goedklinkende smoes om er vanaf te komen? Of voel je je geroepen?

5 + 2 en 153

Een onbekende jongen heeft eten bij zich: vijf broden en twee vissen. In goed vertrouwen geeft hij ze aan de leerlingen van Jezus die eten inzamelen (o.a. Johannes 6:9). Zijn dagelijks brood wordt door Jezus tot een overvloedige maaltijd voor een menigte van vijfduizend mensen, en er blijft nog veel over ook. Jezus, die honger en dorst stilt. Alle evangelisten beschrijven het verhaal.

Petrus en de anderen hervatten na Jezus’ opstanding hun oude beroep, maar een hele nacht op het meer heeft niets opgeleverd. Op advies van iemand op de oever gooien zij het net aan de andere kant uit en dan zit het vol met 153 vissen.

De vissen zijn geteld, want ze doen er allemaal toe. Zo is het ook met mensen: je voelt je soms verloren en vraagt je af: ben ik in tel? Samen vormen we een veelkleurige groep gelovige mensen, die door God wordt geteld. Wanneer we elkaar tellen, geven we de ander daarmee het gevoel: we hebben je er graag bij.

 

Geheimtaal

Een duimpje op de computer zegt iets zonder woorden. De getekende vis – ichthus – staat voor een oudchristelijke belijdenis. Elke letter van dit Griekse woord verwijst naar een woord: Jezus Christus, Gods Zoon, Redder. In een tijd waarin woorden gevaarlijk konden zijn, is een getekend visje geloof in een notendop.

Soms hebben we niet veel woorden nodig en is een enkel symbool genoeg als een stille hint, een vingerwijzing van en naar God. Geraakt door het teken van de vis, geraakt door de Gekruisigde die in ons leeft en geloof in ons wekt.

(kader gedicht)

De soldaat die Jezus kruisigde

Wij sloegen Hem aan ’t kruis. Zijn vingers grepen
Wild om de spijker toen ’k de hamer hief —
Maar Hij zei zacht mijn naam en: ‘Heb Mij lief —’
En ’t groot geheim had ik voorgoed begrepen.

Ik wrong een lach weg dat mijn tanden knarsten.
En werd een gek die bloed van liefde vroeg:
Ik had Hem lief – en sloeg en sloeg en sloeg
De spijker door zijn hand in ’t hout dat barstte.

Nu, als een dwaas, een spijker door mijn hand.
Trek ik een vis — zijn naam, zijn monogram —
In ied’ren muur, in ied’ren balk of stam,
Of in mijn borst of, hurkend, in het zand.

En antwoord als de mensen mij wat vragen:
‘Hij heeft een spijker door mijn hand geslagen.’

Martinus Nijhoff

Uit de Bijbel

Hij nam die vijf broden en twee vissen, keek op naar de hemel, sprak de zegenbede uit, brak de broden en gaf ze aan zijn leerlingen om ze onder hen uit te delen; ook de twee vissen verdeelde Hij onder allen. Allemaal hadden ze volop te eten. Ze haalden twaalf korven vol brokken op, en ook wat van de vis over was. Het waren vijfduizend man die van het brood gegeten hadden.

Marcus 6:41-44 (Willibrordvertaling 2012)

Verder lezen

Matteüs 4:19

Matteüs 17:27

Matteüs 13:47

Om over na te denken

  • Kent u een moment van een ‘grote vis’ (= redding in een moeilijke situatie) in uw leven en wat heeft dit voor u betekend?
  • Jezus zegt: ‘Kom achter Mij aan, en Ik zal jullie tot vissers van mensen maken’ (Matteüs 4:19, Willibrordvertaling). (Hoe) kunnen wij ook vissers van mensen worden?
  • Hoe kunnen wij elkaar als ‘vissen’ het gevoel geven: je bent in tel?
  • Welke verhalen over vissen raken u met name?

Reageren

* Door dit formulier te gebruiken, gaat u akkoord met de opslag en verwerking van uw gegevens door deze website.