Home Interview Wonen in het huis van de Joodse Lea

Wonen in het huis van de Joodse Lea

door Maaike Sloetjes

‘Hoe meer ik me in de geschiedenis van het Joodse gezin verdiep dat vroeger in ons huis woonde, hoe dichterbij ze komen. Vooral Lea Meiboom, omdat ik me als vrouw nu eenmaal het gemakkelijkst met haar identificeer.’ Dit schrijft Anne Marie Hoekstra in Elisabeth editie 9. Wat ze daarin niet vertelt, lees je hier. ‘Ook al is er van Lea geen foto bewaard gebleven, ze blijft terugkomen. Een vrouw zonder gezicht. Met haar gezin weggevoerd in de oorlog.’

Doordat ik eet, slaap, werk en lach op de plek waar zij diezelfde dingen deed, begint ze deel uit te maken van mijn leven, tegen wil en dank. De kastanjeboom achter het huis van de buren stond er al toen zij hier woonde. Ze raapte in het najaar kastanjes van diezelfde boom, genoot elk voorjaar net als wij van de witte bloesem, mopperde net als wij op de vogelpoep die onder de kroon terechtkomt.

Uit de overlevering weet ik inmiddels hoe het er bij haar gezin aan toe ging. Elke vrijdag, aan het einde van de middag, stond haar man Barend tegen zessen over zijn onderdeur gebogen naar de lucht te kijken of de eerste sterren al te zien waren. Dan begon de sabbat.

Elke maandag, ’s morgens om vier uur, bracht een boerenzoon een koe naar de slagerij van Barend. Met het dier aan een touw stapte hij de steile dijkstoep af, naar de slachtplaats achter het huis. Op koosjere wijze slachtten Barend en zijn zoon David het beest.

Synagoge
In het dorp stonden ze goed bekend, de kwaliteit van het vlees was uitstekend. Ondanks de gewoonte om boodschappen te doen bij winkeliers uit de eigen zuil, at een groot deel van de ‘gojiem’ in het dorp koosjer vlees.

Tot kort voor de oorlog woonde er slechts één andere Joodse familie in de nabije omgeving: Barends broer Levie met zijn vrouw Sara en hun dochter Alida. Op sjabbat wandelden ze met elkaar naar de synagoge in Gorinchem, want in de dijksynagoge van Sliedrecht waren sinds 1920 onvoldoende leden overgebleven om minjan te maken; voor een Joodse gebedsdienst zijn ten minste tien volwassen Joodse mannen nodig.

David voetbalde met jongens uit het dorp, bezocht de openbare school en hielp na schooltijd zijn vader. In een straal van ongeveer drie kilometer buiten de dorpskern bezorgde hij bestellingen.

Toen in mei 1940 de Duitsers binnenvielen, veranderde het leven van het gezin. Opticien Nort uit het naburige stadje Gorinchem wachtte de ontwikkelingen niet af; in de nacht van 15 op 16 mei 1940 beroofde hij zichzelf, zijn vrouw en drie kinderen van het leven. Nort had in de maanden voorafgaand aan de Nederlandse capitulatie logees uit Duitsland en Polen over de vloer gehad. Joden op doorreis naar Amerika. Zij vertelden vreselijke verhalen over de situatie aan de andere kant van de grens.

Ook de schoonzoon van Barends broer Levie, Max Seijffers, nam de verhalen serieus. Hij ging op weg naar Israël, maar kwam niet verder dan Dinant in België. Barend, Lea en David moeten over deze gebeurtenissen gesproken hebben, in de huiskamer boven hun winkel. De kamer waar wij nu wonen.

Opsporingsverzoek
In januari 1941 moesten alle personen die geheel of gedeeltelijk Joods waren geregistreerd worden. De Duitsers gooiden een vangnet over hun slachtoffers en trokken dat steeds verder naar zich toe. Dachten Barend, Lea en David nog dat het allemaal wel mee zou vallen?

In mei 1942 moest Lea gele sterren op hun kleding naaien. Dat jaar begon ook de evacuatie van Joden in Nederland. In augustus 1942 werden in het nabije Gorinchem de eerste Joden opgepakt. Het ondergronds verzet vond voor David  een onderduikadres aan de Sluisweg in Hardinxveld. Over de rivier de Merwede bracht Iemand David met een bootje tot vlak bij dit adres. Zijn kleren had David achtergelaten op een rivierstrandje, om de bezetter te laten geloven dat hij was verdronken. Het was al donker toen David, gekleed in niet meer dan een zwembroek, in de bakkerskar kroop van de man bij wie hij het einde van de oorlog mocht afwachten.

Gelukkig
In gedachten zie ik Lea soms met familie aan tafel zitten, onder ons dak het begin van de sabbat vierend met wijn, gevlochten broden en vlees uit eigen slagerij. Er is alle reden om aan te nemen dat Lea tot aan de oorlog gelukkig was in dit huis.

Hoe het afliep met dit gezin? Je leest het in Elisabeth magazine nr. 9/2021

Tekst: © Elisabeth (Anne Marie Hoekstra-van Westen)
Beeld: Elisabeth Ismail

Elisabeth is een magazine dat ingaat op actuele geloofs- en levensvragen van mensen van vandaag. Het biedt op persoonlijke manier bemoediging en steun vanuit het christelijk geloof. Dat gebeurt in een gevarieerde mix met verhalen van mensen over hoe zij het geloof vertalen naar hun dagelijks leven, met informatieve achtergrondartikelen en reportages over relevante thema’s, een pastorale vragenrubriek, herkenbare columns en gedichten. Er is ook volop plaats voor schitterende natuurfotografie, kunst, humor, psychologie en duurzaam leven. Het magazine richt zich op iedereen vanaf 50 jaar. Bent u nog geen abonnee? Bekijk dan onze abonnementen en word lid!