Home Interview Heleen kreeg 9 kinderen: ‘Het waren soms tropenjaren’

Heleen kreeg 9 kinderen: ‘Het waren soms tropenjaren’

door Daniëlle Heerens

Op jonge leeftijd heeft Heleen Janse drie verlangens. Ze wil in het onderwijs, een groot gezin en het liefst veel pleegkinderen. Zo loopt het inderdaad, maar toch ook heel anders. ‘Ik heb in mijn leven altijd iets gewild wat zin geeft.’

De singel in Groningen waar Heleen met haar man Toon aan woont, is een beschermd stadsgezicht. Hun woning bevat nog allerlei authentieke elementen en ademt de geschiedenis van jaren her. Vroeger was het huis vol drukte van kinderstemmen, tegenwoordig wonen Heleen en Toon er nog met zijn tweeën.

Verliefd
‘Ik houd veel van kinderen,’ begint Heleen. ‘Daarom wilde ik al jong onderwijzeres worden. Maar op de kweekschool redde ik het niet, want ik was eigenlijk nog te speels om te leren. Ik moest stoppen en kwam in een vormingsklas. Mijn moeder dacht dat werken in het Haagse Juliana Kinderziekenhuis wel iets voor mij was. Maar de eerste keer tijdens een operatie dat ik bloed zag, viel ik bijna flauw,’ lacht Heleen. ‘Dus dat werd het niet.

Ik had Toon al ontmoet. Dat gebeurde toen ik voor de vormingsklas een stuk moest schrijven over een schilder. Toon zat op de kunstacademie en bij ons in Rijswijk in dezelfde kerk als wij. We gingen samen naar een museum en ik was op slag verliefd op hem. Ik kon er niet van eten, zo sterk was het gevoel. Ik kan nog steeds niet omschrijven waarom ik op hem viel. Ik merkte later wel dat hij over zijn gevoelens slecht kon praten. Dat heb ik altijd gemist. Toon kreeg een baan als tekenleraar in Groningen, we trouwden toen ik twintig was, verhuisden en – zo ging dat toen – ik wachtte.’

Negen kinderen
Het wachten wordt beloond met maar liefst negen kinderen. ‘De eerste vier kwamen eigenlijk vanzelf, zonder dat ik erbij nadacht. Het duurde een aantal jaren voordat ik opnieuw zwanger werd. Ik dacht: is dit het nou? Ik wilde een huis vol! We kregen er toen nog vier kinderen bij en ja, ik heb ze alle acht graag gewild. Toen dacht ik: het is nu vast klaar. Maar daarna raakte ik toch weer zwanger! Daar was ik eerst niet blij mee, want ik was al 42: wat zouden de mensen wel niet zeggen. Maar ook van onze jongste heb ik weer genoten. Waarom ik graag een groot gezin wilde, weet ik niet. Het past gewoon bij mij. Het huis mag vol.’

Heleen zorgt niet alleen voor haar eigen kinderen, het huis staat ook open voor anderen. Zo nemen ze twee kinderen van een zendelingenechtpaar – familie van Toon – anderhalf jaar in huis. Een zus die gescheiden is krijgt met haar drie kinderen drie maanden onderdak. En een nichtje met anorexia wordt ook in het gezin opgenomen. Een van de kinderen van Heleen en Toon lijdt aan psychoses en kan niet voor haar kind zorgen. Ook dit kleinkind nemen ze in huis tot het volwassen is. ‘Dat was best pittig,’ zegt Heleen. ‘Tenslotte waren we toen al op leeftijd.’

Kom maar!
‘Het allerliefst had ik voor veel kinderen pleeggezin willen zijn,’ zegt Heleen. ‘Pleegkinderen begeleiden, dat was mijn droom. Maar ik besefte dat dat niet paste bij Toon. Hij zat meestal boven met nakijkwerk en ging graag zijn eigen gang. Ik heb hem wel overal bij betrokken, we namen samen de besluiten, maar hij legde de verantwoordelijkheid steeds bij mij neer, we droegen het niet samen. Dat voelde weleens eenzaam.’

Vanwaar die gedrevenheid om altijd maar weer voor anderen te zorgen? ‘Het is geen gedrevenheid,’ zegt Heleen beslist. ‘Heel veel kwam vanzelf op mijn pad. Een zoon die medelijden kreeg met iemand op straat en die oppikte, een dochter die aankwam met uitgeprocedeerde asielzoekers: kom maar! Ze maakten muziek en we genoten! Zulke onverwachte dingen gebeuren er dan.’

Toch nog
‘Toen onze kleindochter op eigen benen stond, was ik wel doodmoe. Ze had een rugzakje en ik werd daardoor nog meer geconfronteerd met de verschillen tussen Toon en mij. Ik had veel te danken aan maar ook veel te stellen met de pleegzorg. En toch… na verloop van tijd alleen in huis met Toon wilde ik graag weer iets zinnigs doen. Daar bad ik voor. En prompt mailt een vriendin: wil jij meedoen als het Taalcafé er komt? Dat heeft geresulteerd in het meedoen aan de zomerschool voor anderstaligen. En zo werd ik taalvrijwilligster. Wat heb ik daarvan genoten. Mijn ‘eigen’ leerlingen uit allerlei windstreken – vooral uit het Midden-Oosten – helpen met de Nederlandse taal! Wat was ik de Here dankbaar voor dit geschenk. Ik voelde me opleven: moet je eens kijken wat ik krijg van God: toch nog onderwijzeres geworden. Het leven met Hem heeft zin en geeft zin. Daar kan ik heel enthousiast van worden. Ik zie God niet, maar zie in mijn leven dat Hij het leidt. Wat een mysterie.’

Tropenjaren
Door de psychische ziekte van haar dochter is het geloof voor Heleen levend geworden. ‘Ik heb altijd geloofd, min of meer automatisch. Maar in moeiten bid je: Heer, ik kan het niet meer, help me alstublieft. Want het was voor onze dochter heel moeilijk de zorg van haar kind aan ons over te laten, ook al wist ze dat dit het beste was. De situatie veroorzaakte nare scènes en veel spanningen tussen mij en Toon, omdat we heel verschillend dachten. Het was een lange weg. Ik heb in die tijd op mijn knieën leren bidden. En zo heb ik onze kinderen ook gestimuleerd om alles in hun leven aan de Here te vertellen. Doe het met de Here en heb vertrouwen in jezelf. Hij omgeeft je van achteren en van voren.

De sfeer in ons gezin was verder meestal heel goed, dat kan ik eerlijk zeggen. Waren het gemakkelijke jaren? Nee, het waren soms tropenjaren. Toen de kinderen jaren later het huis uit waren, en ik min zestigste verjaardag vierde, heb ik ze een brief voorgelezen. Daarin heb ik vergeving gevraagd voor wat verkeerd ging. Dat heeft ze goed gedaan, en mij ook. Toen ben ik begonnen af en toe een brief voor te lezen aan elk van mijn kinderen over wat ik voor ze voel en wat ik geloof. Ook aan de jongste, die we hebben opgevoed als ons tiende kind. Haar vriend zat erbij en zei verbaasd: wat mooi, dit ken ik niet.’

Grenzen
‘Ik heb een groot hart, hou van mensen. Maar ik trek ook mijn grenzen: ik kan niet iedereen in huis opnemen. En ik houd niet van zeurpieten,’ zegt Heleen gedecideerd. ‘Bovendien moet ik rekening houden met Toon. Maar ik zet mijn deur graag open.

Afgelopen advent heb ik een stukje in het kerkblad gezet met de vraag wie Tweede Kerstdag met ons wilde doorbrengen, jong of oud, samen of alleen. Er hebben zich vier mensen opgegeven. Ze maakten kennis met elkaar, er ontstonden mooie gesprekken en na afloop hebben we gesjoeld. Ik doe zoiets omdat dat het leven zinvol maakt, maar je wordt er ook rijker van. Mensen blijven boeien. Je weet gewoon niet wat je allemaal mag beleven als je je huis openzet!

Ik vraag wel altijd: Heer, wilt U erbij zijn en mij helpen? Gaat U met me mee. Ook als ik moeilijke gesprekken heb, bijvoorbeeld met de kinderen. Voor mij is dat leven met de Here: dat Hij er altijd bij is, bij de gewone dagelijkse dingen. Er is ook veel om te danken. Dat houd ik mijn kinderen ook voor: vergeet nooit te danken.’

Wat is liefde?
‘Verder heb ik nooit behoefte gehad om geloofs- en levenslessen over te dragen. Het enige wat ik wil meegeven is: bij de Here is het goed. Wat niet altijd wil zeggen dat het léven dan goed is. Ik heb me, ondanks dat volle huis, vaak alleen gevoeld. Want je hebt toch behoefte aan intimiteit en wederkerigheid. Toch merk ik dat het verlangen enigszins van me af wordt genomen. Ik had het graag anders gewild, maar ik probeer me erbij neer te leggen. Want hier op aarde is het leven niet volmaakt. En ergens hebben we het toch goed met elkaar, ook al kan ik daar geen woorden aan geven. Je bent met elkaar verweven.

Ik heb weleens gelezen dat liefde is: respecteren in de ander wat je niet begrijpt. Mooi gezegd… Maar dan ga ik toch steigeren! Ik strijd nog te veel, zo van: ja maar, ik wil dit niet.

Ik heb een waxinelichtjeshouder waarop staat: “Heleen, soms moegestreden, maar geeft nooit op”. “Strijd” vind ik een rotwoord, maar toch heb ik in dit geval moeite dingen te accepteren die niet te veranderen zijn. Dus kan ik alleen maar bidden: Heer, wilt u me mededogen geven en begrip. Niet: Heer, de ander moet veranderen, nee, ik moet ermee leren omgaan. Want dat is het enige wat ik kan doen, met hulp van de Heer en met veel vallen en gelukkig ook opstaan. Is dat dan liefde?’ Heleen staart een tijdje peinzend voor zich uit. En stelt vast: ‘Daar moet je dan maar gewoon “ja” op zeggen.’

Tekst: © Elisabeth (Clasina de Niet)
Beeld: Carla Manten

Elisabeth is een magazine dat ingaat op actuele geloofs- en levensvragen van mensen van vandaag. Het biedt op persoonlijke manier bemoediging en steun vanuit het christelijk geloof. Dat gebeurt in een gevarieerde mix met verhalen van mensen over hoe zij het geloof vertalen naar hun dagelijks leven, met informatieve achtergrondartikelen en reportages over relevante thema’s, een pastorale vragenrubriek, herkenbare columns en gedichten. Er is ook volop plaats voor schitterende natuurfotografie, kunst, humor, psychologie en duurzaam leven. Het magazine richt zich op iedereen vanaf 50 jaar. Bent u nog geen abonnee? Bekijk dan onze abonnementen en word lid!