Home Thema'sGezondheid Samenwonen met je ouders: Ira nam de stap

Samenwonen met je ouders: Ira nam de stap

door htromp

Ira Stam werkte als projectmanager totdat ze het roer omgooide. Ze verhuisde naar Drenthe, startte een dierenpension en haar ouders kwamen bij haar in huis wonen. Over de mantelzorg die volgde toen haar ouders dementie kregen, schreef ze twee boeken.

Je bent toen je ouders ouder werden met hen gaan samenwonen. Dat hoor je niet vaak. Hoe kwam je daar zo bij?
,,Toen ik een kind was, woonde mijn oma van moeders kant en haar zus bij ons in. Zelf ben ik een nakomertje, mijn zus is 16 jaar ouder dan ik, en ik heb ons gezin altijd heel gezellig gevonden. Het was een heel fijn, veilig, warm en geborgen nest. Mijn ouders zagen het zelf ook meteen zitten toen ik hun vroeg bij mij te komen wonen. Ik zag hun ogen oplichten. Ik was ook in de omstandigheden om het mijn ouders aan te kunnen bieden. Ik woonde na een scheiding alleen. We zijn samen een huis gaan zoeken en hebben veel gepraat over onze verwachtingen. Mijn ouders waren toen begin tachtig en nog gezond. Voor mij was het een logische stap, maar ik kreeg er wel veel vragen over. De grens lag voor mij bij persoonlijke verzorging: ik wilde schoonmaken, boodschappen doen, koken, wassen en de administratie doen, maar ik wilde ze niet aankleden of douchen. Wij hebben daar met zijn drieën heel fijne, open gesprekken over gevoerd. We hadden een erg goede band.”

Is het je gelukt om die grens in stand te houden?
,,Er is wel iets verschoven, maar over het algemeen is dat goed gelukt. Mijn vader kreeg, toen wij hier ongeveer een jaar woonden, last van stemmingswisselingen en hij werd rusteloos. Hij bleek de ziekte van Alzheimer te hebben. Mijn moeder zorgde voor hem, samen met de thuiszorg. Mijn vaders ziekte had een snel verloop. Uiteindelijk is hij naar een gesloten afdeling van een verpleeghuis verhuisd. Thuis ging het niet meer. Na elf maanden daar is hij overleden.”

En toen kreeg ook je moeder dementie?
,,Ja, toen ze 89 was, kreeg ze vasculaire dementie. De cardioloog had me al gezegd dat dat het gevolg van haar hartritmestoornis kon zijn. Voor mijn moeder heb ik natuurlijk langer gezorgd dan voor mijn vader, voor haar persoonlijke verzorging kwam de thuiszorg. We hebben het hier samen nog heel goed gehad. Maar ondanks onze sterke band was het soms wel moeilijk. Zoals veel mensen met dementie werd ze onrustig en dan wilde ze naar buiten. Op een gegeven moment werd dat te gevaarlijk en dat betekende dat ik, als ik even weg moest, de deur op slot moest draaien. Dat vond ik moeilijk. Het werd ook in andere opzichten zwaarder. Mijn moeder was ’s nachts veel wakker, en ik dus ook. Uiteindelijk heb ik voor mijn moeder ook een zorginstelling gezocht. Ik had een goede relatie met het zorgteam. De contactpersoon van mijn moeder heeft meegeschreven aan mijn eerste boek. Ik vond het fijn dat er zo veel ruimte was voor wie ze was. Ik heb de verzorging bijvoorbeeld geleerd om mijn moeders haar zo op te steken zoals ze dat zelf altijd deed. Dat was belangrijk voor mijn moeder, want dat hoorde bij wie ze was. Een mens met dementie is nog steeds een compleet mens. Iemand met een heel nare hersenziekte, maar een kind van God.”

Je boek over dementie heet Blijf niet te lang weg. Wat is de boodschap?
,,Ik heb het boek – samen met twee andere auteurs – geschreven omdat ik zelf geen praktisch boek met een christelijk perspectief kon vinden. Ik wist niet veel van dementie toen mijn vader de diagnose alzheimer kreeg. En wat ik erover las, was erg gericht op aftakeling en verlies. Voor mij was het besef heel belangrijk dat mijn vader, ondanks de hersenziekte die hij had, een volwaardig kind van God was. Nu het boek er is en ik er in groepen en kerken over spreek, merk ik dat in sommige christelijke kringen dementie nog een beetje taboe lijkt. Dat is jammer, omdat de kerk mensen met dementie veel te bieden heeft. Mijn moeder sprak graag over Jezus, maar de ouderenbezoeker die bij haar langskwam, wist weinig van dementie en vond het daardoor lastig om met haar te praten.”

Afgelopen maart sloot de deur van het verzorgingshuis waar je moeder woonde vanwege corona. Hoe ervoer je dat?
,,Ik vond het verschrikkelijk. Het verzorgingshuis van mijn moeder nam nog eigen extra maatregelen boven op die van de overheid. Ik deed bijvoorbeeld altijd de was voor mijn moeder, maar die zorgtaak werd me ook ontnomen. Heel moeilijk. Ik denk dat mijn moeder heel eenzaam geweest is die maanden dat ik alleen maar achter glas heb kunnen zwaaien. Ik meende in haar ogen te PORTRET zien dat ze dacht dat ik boos op haar was. Dat heb ik zo zwaar gevonden. Ik was daar vooral omdat ik bang was dat ze me anders niet meer zou herkennen als ze me zo lang niet had gezien. Uiteindelijk heeft niemand in de instelling corona gekregen. Mijn moeder is in juni, kort nadat de zorginstellingen weer opengingen, overleden. Ze wist nog wie ik was. We hadden haar overlijden eigenlijk al eerder verwacht. Ze viel regelmatig even weg en sliep dan heel veel, maar ze kwam er altijd weer uit. Deze keer niet.”

Lees het hele interview met Ira in Elisabeth nr. 20.

Tekst: © Elisabeth (Marieke Laauwen)
Beeld: Carla Manten

Elisabeth is een magazine dat ingaat op actuele geloofs- en levensvragen van mensen van vandaag. Het biedt op persoonlijke manier bemoediging en steun vanuit het christelijk geloof. Dat gebeurt in een gevarieerde mix met verhalen van mensen over hoe zij het geloof vertalen naar hun dagelijks leven, met informatieve achtergrondartikelen en reportages over relevante thema’s, een pastorale vragenrubriek, herkenbare columns en gedichten. Er is ook volop plaats voor schitterende natuurfotografie, kunst, humor, psychologie en duurzaam leven. Het magazine richt zich op iedereen vanaf 50 jaar. Bent u nog geen abonnee? Bekijk dan onze abonnementen en word lid!