Home GelovenGeloof in het dagelijks leven‘Onderduikbaby’ Els Zeggelaar-Waayenberg

‘Onderduikbaby’ Els Zeggelaar-Waayenberg

‘Ik ben echt een gelukskind’

door Danielle Feddes
'Onderduikbaby' Els Zeggelaar vindt zichzelf een gelukskind

‘Onderduikbaby’ Els Zeggelaar (80) vindt zichzelf echt een gelukskind. ‘Jouw bestaan is een wonder’, kreeg ze vaak van haar ouders te horen. Want als het aan de Duitsers had gelegen was haar hoogzwangere moeder gefusilleerd, met Els erbij. Ze is nu even oud als onze vrijheid: 80 jaar.

Hoe groot het wonder van haar bestaan is, kan Els nog steeds raken. ,,Dat er kogels bestemd waren voor mijn moeder en voor mij, in haar buik. En dat die nooit zijn afgevuurd. Twee dagen nadat ze wonderlijk ontkomen is, ben ik geboren.”

Verzetsactiviteiten

Haar dramatische levensstart begint met het verhaal van haar ouders Wout Waaijenberg en Betsie Rijnders uit Veenendaal die in 1942 met elkaar trouwden. ,,Het duurde drie jaar voordat moeder in verwachting raakte van mij. In de oorlog werden vrouwen door stress minder vaak ongesteld, misschien dat er daarom een paar jaar tussen zat.”

Mijn moeder was koerierster: op haar dikke buik waar ik in zat, bond ze een laag kranten die ze in de omgeving bezorgde

Het stel woonde bij Wouts moeder -een weduwe- en broer Dirk in. Het huis aan de Nieuweweg werd al snel een broeinest van verzetsactiviteiten. ,,Mijn vader was onder de naam Luc van Dam lid van de knokploeg Veenendaal die allerhande illegale activiteiten in de omgeving ondernam, zoals het opblazen van treinrails. Er zijn ook liquidaties uitgevoerd. Over sommige dingen bleef hij tot het eind van z’n leven zwijgen. Ook drukte hij als transporteur regelmatig eten achterover voor de onderduikers die ook bij oma in huis zaten. Moeder was koerierster: op haar dikke buik waar ik in zat, bond ze een laag kranten die ze in de omgeving bezorgde. In haar fietsstuur zaten opgerolde documenten, met van die grote moffen tegen de kou eroverheen. Zo werd er niks ontdekt.”

Verraden

Maar aan het eind van de oorlog werd de hele verzetsgroep verraden -al wisten ze dat in het huis aan de Nieuweweg nog niet. ,,De schok was enorm toen er op woensdagavond een Duitse overvalwagen voor de deur stopte: ‘Die komen voor ons!’, dachten ze -en dat was ook zo. Echter werden de overburen opgepakt. En hoewel die NSB-lid waren, mocht hun protest niet baten: ze werden meteen afgevoerd.

Mijn ouders hadden meteen door hoe het zat. Door Veenendaal liep in die tijd namelijk de provinciegrens tussen Utrecht en Gelderland, precies door onze straat. Daardoor waren de huisnummers in onze straat niet even-oneven maar liepen ze synchroon op aan beide kanten. De mensen tegenover oma hadden niet alleen precies hetzelfde nummer, maar ook nog eens dezelfde achternaam! De overvallers wisten dus zeker dat ze goed zaten, maar namen toch de verkeerde mensen mee -vind je dat geen wonder? En God zij dank dat de overburen niet verwezen hebben naar ons, met dezelfde naam en hetzelfde huisnummer.”

Op de vlucht

Het gezin besluit op stel en sprong te vertrekken, weg van het gevaar. Ook de onderduikers gaan mee, waarbij de hoogzwangere Betsie nog snel wat babyspulletjes meeneemt. ,,Ze vonden onderdak bij oom Frans in Driebergen, die daar de herberg runde waar hij ook al een Joodse man verborgen hield. In die herberg ben ik twee dagen in het diepste geheim geboren, geholpen door de dorpsdokter. Oom Frans was zo overweldigd: een kind in zijn herberg geboren, op Goede Vrijdag! Hij heeft de laatste fles cognac opengetrokken die nog verborgen lag en rondgedeeld -dat verhaal werd nog jaren verteld op mijn verjaardag!

Mijn vader en oom gingen elke nacht op pad om melk voor mij te halen bij boeren

Al snel hoorden mijn ouders het nieuws uit Veenendaal: de overburen waren al snel weer vrijgelaten, maar andere opgepakte mensen van de verzetsgroep bleken daadwerkelijk gefusilleerd.” Daarmee was het gevaar voor de kleine Els nog niet geweken: moeder Betsie had te weinig babymelk om haar te voeden, en koemelk was zeer schaars. ,,Vader en oom Dirk zijn toen elke nacht in het donker op pad gegaan met allebei een glazen melkfles -levensgevaarlijk! Bij elke boerderij kregen ze een scheutje of een kopje, tot de flessen vol waren. Met die melk werd ik overdag in leven gehouden.” Els is haar oom Dirk hier nog altijd dankbaar voor: ,,Ik gaf hem ieder jaar een fles jenever op moederdag. Omdat hij door melk te halen als een moeder voor me gezorgd had.”

Hulp

,,Ik heb geweldige ouders gehad. Met een enorm hart voor anderen, omdat zij zich altijd inzetten voor mensen die hulp nodig hadden. Voor mijn moeder heb ik daarbij altijd extra bewondering: als oudste dochter moest zij op haar veertiende de hele melkzaak van haar vader overnemen toen die aan vliegende tering overleed. Met een paard en wagen twee keer per dag de boeren langs en tussendoor karnen en uitventen. Veertien jaar oud, om het gezin te redden: dan ben je sterk hoor!

Moeder was trouwens een slimme vrouw ook, want als kind had ze twee jaar Duits en Engels gehad op de avondschool. Als ze melk reed kwam ze soms de koets van de Duitse Kaiser Wilhelm tegen, die in Doorn woonde. Hij begon dan beleefd een praatje, waarbij moeder hem in het Duits kon antwoorden. Daar had ze het tot op hoge leeftijd nog over: dat de Duitse keizer voor haar stopte, en zijn hoed afnam. Dat paard was trouwens het liefste wat ze in die jaren had, maar de Duitsers hebben het geconfisqueerd en geslacht. Dat heeft mijn moeder ongelooflijk veel pijn gedaan: haar trouwe schimmel, geslacht voor soldatenvlees.

Mensen beschermen die voor hun geweten moeten vluchten, dat is toch het minste wat je doen kunt?

Hun hart voor anderen herken ik erg bij mezelf. Tijdens de Vietnamoorlog bijvoorbeeld: de beelden daarvan grepen me zo aan! Ik zei: ‘Ik moet nú iets doen: anders ben ik het niet waard dat ik leef!’ In de Noordoostpolder waar ik toen woonde hebben we tientallen vrouwen opgetrommeld en aan het breien gezet. Want Vietnamese kindertjes hadden kleding van zuiver wol nodig, wisten we: We hebben een paar duizend kleertjes gemaakt en opgestuurd.

En met mijn eerste man hebben we enkele jaren onderdak gegeven aan Zuid-Afrikaanse dissidenten, waaronder ds. Allan Boesak. Dat was toen nog illegaal! Daar speelde ook het geloof een grote rol in: mensen beschermen die voor hun geweten moeten vluchten: dat is toch het minste wat je doen kunt?”

Wonder

,,Naast een gelukskind heb ik me ook altijd een Goede Vrijdagskind gevoeld. Het verhaal dat God die Zijn leven gaf om anderen te redden, heb ik altijd aan mijn kinderen en leerlingen doorgegeven. Het wonder van kleine Els is onze familie altijd bijgebleven. Ook toen het gezin groeide hebben mijn ouders me altijd laten voelen hoe geliefd ik was. Mijn band met hen was heel fijn en warm. En het verhaal vind ik nog steeds ongelooflijk. Prachtig he?!”

Els Zeggelaar-Waayenberg (80) uit Ede groeide op in Veenendaal. Ze assisteerde na de oorlog haar vader bij de import van Engelse auto’s. Later deed ze veel liefdadigheid, hielp met de opbouw van Amnesty International in Nederland, studeerde orthopedagogiek en werkte als onderwijzeres en remedial teacher. In 2007 trouwde ze met Bram Zeggelaar met wie ze samen tien kinderen en vijftien kleinkinderen heeft.

Tekst en beeld: Niek Stam

Het hele verhaal van Els vind je in de Paaseditie van Elisabeth Magazine. Mis geen artikel meer: Neem nu een jaarabonnement en ontvang een gratis boek!