fbpx
Home Thema'sGezondheid ‘Mijzelf vergeven na mijn verslaving? Dat vind ik lastig’

‘Mijzelf vergeven na mijn verslaving? Dat vind ik lastig’

Arjan van Essen leidde jarenlang een dubbelleven

door Danielle Feddes
Arjan van Essen

Schrijver en docent Arjan van Essen hield zijn gokverslaving vijfentwintig jaar lang voor iedereen verborgen en leidde een dubbelleven. Totdat hij, twintig kilo lichter en diep in de schulden, nog maar één keus had: alles opbiechten of zijn auto tegen een boom zetten. Hij koos voor het eerste en hoopte op een nieuwe start, een hoop die niet werd beschaamd: ‘Als je je gezien voelt, hoef je je niet te verstoppen.’

Lees hier over verslaving aan Netflix.

‘Toen ik twaalf was, zat ik al achter een gokkast’

Arjan (52): ,,Ik heb nooit geweten dat mijn traanbuizen het deden. Pas in verslavingskliniek De Hoop heb ik voor het eerst van mijn leven gehuild, 38 jaar oud. Toen ik twaalf was, zat ik al achter een gokkast, al was dat nog niet in het casino. Het feit dat ik daar met vijftig gulden kón zitten zonder dat iemand het merkte of moeilijk deed, zegt wel wat. De regels in het orthodox-christelijke milieu waarin ik opgroeide, waren helder: zaterdagavond ben je vóór twaalf uur thuis, want op zondag gaan we niet rijden, behalve naar de kerk. Wat je verder doet, daar praten we niet over – ik chargeer nu.

‘Je ging zitten, begon te spelen en dan was daar het grote niets’

Het casino is eigenlijk net zo’n wereld; de regels zijn duidelijk, je weet wat je moet doen, verder stelt niemand vragen. Ik was er gelukkig. Mensen willen liever horen dat het casino een rotplek is, maar het was er soms gewoon hartstikke leuk. Je ging zitten, begon te spelen en dan was daar het grote niets. Dat gevoel mis ik weleens. Het helpt om daar open over te zijn.

Toen ik, eenmaal afgekickt, bij het Driestar College begon en in de lerarenkamer iets moest kopiëren, vroeg ik: ‘Moet ik de groene of de rode knop indrukken?’ Vervolgens riep iemand, zich van geen kwaad bewust: ‘Gok maar wat!’ Ik schrok me rot, een pijnlijke stilte volgde. Ik wist dat dit het moment was om voor eens en altijd de spanning te doorbreken, dus ik zei: ‘Dát is in mijn geval niet zo handig. Kun je het even aanwijzen?’ Mijn collega’s wisten van mijn verslavingsgeschiedenis, maar vanaf dat moment is het nooit meer een spannend gespreksonderwerp geweest.

‘Pas in de kliniek is mijn geweten echt gaan spreken’

Het gebeurde dat ik tot twee uur ’s nachts gokte en de volgende ochtend een les maatschappijleer over verslaving moest geven en haarfijn de gevaren kon aanwijzen. Dat lukte mij in alle kalmte. Natuurlijk dacht ik weleens tijdens een preek of een mooi lied: ik moet m’n leven veranderen. Maar pas in de kliniek is mijn geweten echt gaan spreken. Daarnaast bleef de drang om te gokken soms dagen weg. Ik kon twee weken met mijn gezin op vakantie zijn zonder aan gokken te denken, vervolgens thuis de tent opbergen, op mijn horloge kijken en denken: ik steek vijfhonderd euro bij me en rijd nog even langs het casino. Tegen m’n vrouw zei ik dan: ‘Ik ga nog even naar een paar mensen toe, ik heb ze een tijd niet gezien. Het kan best laat worden.’

‘Dat je én verslaafd én maatschappelijk succesvol bent, kunnen mensen maar moeilijk rijmen’

Ik had bij iedereen bij wie het kon, steeds om uiteenlopende redenen, grote bedragen geleend. Op een gegeven moment was ik aan m’n eind, ik kon niet meer. Ik woog zelfs twintig kilo onder mijn normale gewicht. Gevoelsmatig had ik nog maar één keus: óf alles opbiechten, óf mijn auto tegen een boom zetten. Na mijn biecht bij m’n vrouw voelde het heel rustig. Alsof ik me in het oog van de storm bevond. Mijn omgeving schrok zich rot. Dat je én verslaafd én maatschappelijk succesvol bent, kunnen mensen maar moeilijk rijmen. Maar voor mij was dit moment het begin van de weg omhoog.

Toen ik bij De Hoop kwam, zag ik hoe een maatje daar, heroïneverslaafd, een overdosis nam en zich van de trap liet vallen. Twee dagen daarvoor had hij nog tegen me gezegd dat hij z’n eerste vrouw weer wilde opzoeken. Nu was ik bij zijn crematie aanwezig. Ik vergeet nooit meer hoe zijn zoon naar voren stapte en zei: ‘Papa, dat je verslaafd was, oké, maar dat ik je niet heb leren kennen, vergeef ik je nooit.’ Hij vloekte keihard, gaf een klap op de kist en liep weg. Dát betekende voor mij de ommekeer. Zo wilde ik niet door mijn zoon – toen zeven jaar – worden herinnerd. Later zei mijn begeleider: ‘Arjan, zijn dood is jouw leven geworden.’

‘Verslavingen zullen er altijd zijn’

Tijdens mijn opname heb ik geleerd dat er geen gradatie is in verslavingen. Verslavingen zullen er altijd zijn, ze horen bij de gebrokenheid van deze wereld. Er spelen veel factoren mee, maar je staat ongetwijfeld sterker als je opgroeit in een gezin waarin je je gezien en geaccepteerd voelt; waar je durft te zeggen dat je een rotdag hebt, en waar dat mág. Als je je gezien voelt, hoef je je niet te verstoppen, zoals ik deed. Die zin uit de catechismus, dat we zondige schepselen zijn en geneigd zijn tot alle kwaad, is totaal iets anders dan dat je tegen een kind zegt: ‘We verknallen het allemaal weleens. Kom hier, dan omarm ik je.’

‘Als je wilt afkicken, is verbinding met je omgeving van levensbelang’

Niettemin leg ik de verantwoordelijkheid voor mijn verslaving volledig bij mezelf – en daar zal ik vermoedelijk de rest van mijn leven mee bezig zijn, ook met de gevolgen. Maar als je de eerste twintig jaar van je leven niet geleerd hebt je met anderen te verbinden, wordt het verdraaid lastig om dat alsnog te leren.

Als een verslaafde de eerste stap heeft gezet naar genezing, is verbinding met zijn of haar omgeving van levensbelang. Mijn vrouw zei indertijd: ‘Als je dit écht aan wilt pakken, dan doen wij dat samen.’ Al die tijd ben ik niet meer teruggevallen, met dank aan God én mijn omgeving. Ik voelde de ruimte om te zeggen dat ik zin had om duizend euro te pinnen en langs het casino te gaan, zonder het gevoel veroordeeld te worden. En door het te kunnen zeggen, verdween die drang grotendeels alweer.

‘Sommige mensen kunnen mij niet vergeven, maar God vergeeft meteen’

Aan het eind van mijn afkickproces, nu dertien jaar geleden, moest ik contact opnemen met iedereen die ik schade had berokkend. Dat waren in mijn geval ruim zestig personen. Als christen vroeg ik iedereen om vergeving. Zelf verkeerde ik helemaal in halleluja-sfeer. Ik was dan ook verbaasd en teleurgesteld dat niet iedereen mij kon vergeven. Naïef van me. Een begeleider zei: ‘Je moet niet om vergeving vragen, je moet alleen zeggen dat je fout was. Schuld belijden, en daar een punt zetten. Het is aan de ander om te vergeven.’ Na een aantal jaren heb ik wel bewust afscheid van een paar mensen genomen.

Dat mensen boos zijn, snap ik. Sommige mensen kunnen mij niet vergeven, maar God – en dat is hoopvol! – vergeeft meteen. Dat ontdekte ik overigens pas jaren later; ik durfde zeker niet vanaf het eerste moment te zeggen dat God mij had vergeven. Dan zou ik het gevoel hebben gehad Hem voor mijn karretje te spannen.

Of ik mijzelf heb vergeven? Die vraag vind ik lastig. Ik heb best een mooi leven en kan mezelf in de spiegel aankijken, maar er zijn ook dagen dat ik denk: jongens, waarom toch, dit had anders gemoeten. En ik ben natuurlijk opgegroeid in een cultuur waar ervaring belangrijk is. Dus rationeel kan ik mezelf vergeven, maar het gevoel komt daar niet altijd in mee.’’

Het uitgebreidere verhaal van Arjan staat in de interviewbundel ‘Zielsverdriet – 20 verhalen van volhouders over leven met een leegte’ van Wilfred Hermans, recent verschenen bij uitgeverij Buijten & Schipperheijn. Hierin staan onder andere interviews met Paul Blokhuis, Giti Bán, Annet van der Veer en Bert Wiersema.

Arjan gaf voorlichting op scholen over verslaving en toerde twee jaar lang met zijn theatervoorstelling door het land. In 2020 verscheen zijn deels autobiografische debuutroman Parre (Uitgeverij Mozaïek). Arjan is directeur van Yardonfood – Elke stad haar eigen voedselbos.

Wil je meer van dit soort inspirerende verhalen lezen? Neem een abonnement op Elisabeth Magazine, dan krijg jij voortaan ons kleurrijk magazine 23 keer per jaar zelf in de bus. Download hier het inkijkexemplaar.

Wil je Elisabeth Magazine graag uitdelen in je kerk of gemeente? Kies dan bijvoorbeeld voor een thema-abonnement en ontvang 8 edities per jaar. Ontdek hier ons thema-abonnement.

 

Tekst Wilfred Hermans
Beeld Elisabeth Ismail

 

 

Copyright © Royal Jongbloed All Rights Reserved