Kent u ze nog: Rozemarijntje, Ouwe Bram en In de Soete Suikerbol? Annemarie Fokker-den Hartog (57) uit Hendrik-Ido-Ambacht verzamelt de kinderboeken van meesterverteller W.G. van de Hulst en heeft ze (bijna) allemaal. ,,Van sommige verhalen krijg ik nog steeds een brok in m’n keel”, zegt de meesterverzamelaar.
Hoe ontstond uw interesse voor W.G. van de Hulst? ,,De eerste kennismaking was het voorlezen door mijn oma. Ik ben geboren op een boerderij in Leerbroek. Opa en oma woonden voor en wij achter. Oma Den Hartog las elke dag een boekje uit de serie ‘Onze kleinen’ voor. Zij zat op de divan voor het raam als ze klaar was met het werk en ik op zo’n zware stoel ernaast. Als het dan spannend werd vond je het fijn om vlakbij oma te zitten. De verhalen waren vaak erg spannend, maar je wist dat het goed afliep. Op weg naar mijn andere oma in Giessenburg, elke zaterdag, zat een winkeltje waar mijn vader vaak een boekje voor mij kocht.
Wanneer begon u met het verzamelen?
Op jonge leeftijd had ik al aardig wat boekjes. Het eerste deel van Rozemarijntje kreeg ik van mijn moeder, die had ze op zondagsschool gekregen. Maar het echte verzamelen begon toen we met vakantie in Putten een boekenmarkt bezochten en ik diverse boekjes herkende. Daarna ben ik ze gaan verzamelen. Een tentoonstelling over Van de Hulst in Barneveld gaf ook een impuls. Ik heb ook filmrolletjes die op zondagsscholen vertoond werden en mokken waar boekjes op staan afgebeeld. Een tegel van de koninklijke Sphinx met tekst en een afbeelding erop kreeg ik van een verzamelaar, die ermee stopte. Ook heb ik een rapport en een oude schoolfoto van de school waar Van de Hulst les gaf. Een langspeelplaat en cassettebandjes met verhaaltjes heb ik ook en oude gidsen van Callenbach met welke boekjes er allemaal zijn.

Het is erg leuk om zulke dingen tentoon te stellen op een tijdelijke tentoonstelling. Dat heb ik al regelmatig gedaan, onder ander in Giessenburg, Ridderkerk en Rijssen. Dit is ook een mooi moment om verzamelaars uit te nodigen en te ontmoeten. Dat hoort ook bij deze hobby, wat dat betreft is het veelzijdig en iets wat je kunt delen.
Is de collectie al compleet?
Ik zoek nog ‘De boze koster’ in het Zuid-Afrikaans en dan heet het ‘Die kwaai koster’. En scheurkalendertjes voor het slapen gaan, uitgegeven bij Mazijk. Er zijn ook verhaaltjes uit verhalenbundels als los boekje verschenen die ik nog niet allemaal heb, zoals ‘Het verhaal van de kurassier’. En het vervolgverhaal ‘Peter van de Pottenschuit’, in christelijk weekblad ‘Het Schouwvenster’ uit 1945/46. Als ik een tweedehands boekwinkel zie of een rommelmarkt dan kijk ik altijd even, je weet het werkelijk nooit.
Wat zijn de leukste items uit de verzameling?
Het boekje ‘Kleine zwerver’ in braille. Dat heeft dominee Koole uit Papendrecht ooit voor zijn blinde dochter laten overzetten via Stichting Bartimeus. Ook mooi is het zeldzame boekje ‘In de zon’, met zo’n stoffen batik omslagje. Dat vind je helaas niet meer op rommelmarkten. Ik heb de serie van alle zes in een met leer bekleed houdertje.
U geeft ook lezingen?
In 2010 gaf ik mijn eerste lezing over Van de Hulst. Dat deed ik steeds vaker en meermalen per week, maar nu eenmaal per week. Het hele land door, van Middelharnis tot Haaksbergen. Tijdens mijn lezingen lees ik ook voor. Ik krijg vaak waardevolle gesprekken, emoties komen los. Ouderen kunnen het kwijt, het verbindt. Ik leer zo ook steeds meer bij. In de Bijbel zijn de eersten de laatsten, iets daarvan proef je altijd in de boekjes van Van de Hulst. Dat vind ik een mooie gedachte. Het zwakke van de wereld heeft God uitgekozen om de sterke te beschamen.
Wat is het geheim van W.G. van de Hulst?
Zijn meesterlijke verteltrant, en dat is het nog steeds! Om te schrijven voor kinderen moet je zelf ‘hunner een worden’, zo zei hij. Vaak schreef hij over tijdloze onderwerpen zoals een knuffelbeer kwijtraken, goed voor dieren zijn, verdwalen. In ‘Peerke en z’n kameraden’ zie je dat opa worstelt met het vergeven van zijn vijanden. Dat herkennen mensen. ‘Wie zal er tegenwoordig mee worstelen?’, zeg ik dan. Dan zie je mensen knikken. Hij baseerde zich op Bijbelse normen en waarden. Nu klinkt dat misschien belerend maar het was toen als een raadgever voor kinderen die van huis uit niets meekregen. Daarom schreef hij bijvoorbeeld een kindergebed uit in ‘Jaap Holm’.
Wat is het leuke van het verzamelen?
Het zoeken en vinden, maar ook het ontdekken van een mooier exemplaar. En je weet ook nooit wát je vindt. Soms komt een buurman met een doosje boeken: ‘er zal wel niks voor jou bij zijn’. Maar dan zit er toch een bijzondere uitvoering bij van Peerke, ook al is de rug eraf ben je er toch superblij mee. Het is een hobby en tegelijk het mooiste baantje dat ik ken. Lezingen geven, contacten met mensen, met die boekjes bezig zijn. Vind je iets moois dan kun je het zo voorlezen.
Het is een hobby en tegelijk het mooiste baantje dat ik ken
Wel vijftig van zijn ruim 100 boeken zijn vertaald. Zoals ‘De boze koster’ in het Engels. ‘Och och’, dat zegt het vrouwtje o de eerste bladzijde; in het Engels is dat: ‘Oh dear oh dear’, zo schattig. Of ‘Rozemarijntje’ in het Noors, Van de Hulst heet daar ‘Van Holst’. Ooit was ik in Noorwegen in zo’n boekenstadje en warempel ze lagen er! Ik weet het moment nog, ik zie me nog staan in die winkel: ‘Yes!’. En ‘Het kerstfeest van twee domme kindertjes’ heeft zelfs Japan bereikt. Grappig want je leest de boekjes dan op z’n Japans achterstevoren.
Welk boek is favoriet?
‘Oom Jannes met de pet’ vind ik erg mooi, en ‘Het gat in de heg’. Maar ook ‘Peerke en z’n kameraden’, het favoriete boek van W.G. van de Hulst zelf. Peerke vlucht met zijn opa naar Nederland, heeft zijn benen verloren in de oorlog, en dan ook de weg die zo’n ventje aflegt. Prachtig beschreven. Ik krijg nog altijd een brok in mijn keel. Als kind kon ik wegdromen bij de plaatjes, getekend door W.G. van de Hulst jr., zijn jongste zoon.
Je merkt het vanzelf als we niet meer in huis kunnen
Het is worstelen met de ruimte maar verzamelaars zijn creatief. Oude schoolboekjes bewaar ik in grote donkerrode koffieblikken, die weet ik zo te stapelen en te schuiven dat het er allemaal inpast. Ik denk dat er maar weinig verzamelaars zijn die ruimte over hebben. Ook in de garage staat wat. Als er visite komt, staan soms overal stapels en denk ik: Even weg ermee, maar waar? Mijn man zegt weleens: ‘Je merkt het vanzelf als we niet meer in huis kunnen…’”
Wilt u een van onderstaande lezingen bijwonen? Mail dan naar: -7 november 2024 – donderdagmiddag: Ouderenmiddag Herv.Gem. Haaften in de Wittenberg -13 november 2024 – woensdagavond, Passage, Hoornaar -20 november 2024 -woensdagmiddag, Herv.Gem. Lunteren -27 november 2024 – woensdagavond, Prot. Vrouwengroep, De Lier -11 december 2024 - woensdagmiddag, PCOB Werkendam/Almkerk -8 januari 2025 - woensdagmiddag, Herv.Gem. Zwartebroek/Terschuur, Ouderencontactmiddag
Tekst: Walter Wijnhoven
Beeld: Elisabeth Ismail
Ben je blij met de Elisabeth en wil je een ander ook blij maken met ons magazine? Geef dan eens een (proef)abonnement cadeau! Kijk hier voor meer informatie.
