We zijn als vreemdeling onderweg naar een land ver achter de horizon. Als het leven hier op aarde je soms ontmoedigt, richt je blik dan op de overkant, een open land waar alles bloeit en leeft.
‘Dus kijken wij niet naar wat zich voor onze ogen afspeelt, naar de moeilijkheden om ons heen. Maar wij kijken uit naar de blijdschap die ons wacht, al zien wij die nu nog niet. Alle zichtbare dingen zijn tijdelijk, maar de dingen die nu nog niet zichtbaar zijn, zullen eeuwig blijven. (Naar 2 Corinthiërs 4:18).
VREEMDELING
Meer en meer
weet ik me
een VREEMDELING
ONDERWEG
naar een land
VER ACHTER DE HORIZON
tegelijk heel dichtbij
op een steenworp
afstand van mij.
Een land zonder GRENZEN
en zonder graven
een land zonder MUREN
een land zonder mijnen.
Een open land
waar je ONBEVREESD
de grond betreedt
een GASTVRIJ LAND
waar je elkaars brood eet
een groen en waterrijk land
waar van ALLES BLOEIT EN LEEFT
Meer en meer
gaat mijn blik
naar DIE KANT
DE OVERKANT
van dit bestaan
noem me HAAR NAAM.
Tekst: Annet Kijzer (Uit: Kruimels)
Beeld: Pexels
Dit gedicht komt uit Elisabeth magazine No 14 (2024). In ons magazine vind je schitterende verhalen, interviews met interessante mensen, prachtige natuurfotografie, achtergrondartikelen en boeiende bijbelstudies, en natuurlijk diverse columns en ontroerende gedichten. Neem nu een abonnement en mis niets meer!
