Home Interview Kookdominee Han Wilmink: ‘Het grappige was dat God mij aansprak in termen van eten’

Kookdominee Han Wilmink: ‘Het grappige was dat God mij aansprak in termen van eten’

door Caroline de Vente
Kookdominee Han Wilmink

Het had niet veel gescheeld of Han Wilmink was de politiek in gegaan. Dan was hij nu misschien de ‘kookpoliticus’ geweest. Ter voorbereiding ging hij politicologie studeren, maar toen gebeurden er dingen die hem deden switchen naar theologie. ,,Het bleek allemaal veel mooier, belangrijker en warmer te zijn dan ik dacht!”

Van politicus tot kookdominee

Waarom koos je aanvankelijk voor politicologie?

,,Op het atheneum zat ik in het schoolparlement en ik had de hoogste cijfers voor geschiedenis en maatschappijleer. Iedereen riep dus: ‘jij moet de politiek in’. Dat leek me ook wel leuk – nog steeds trouwens – dus het leek me handig om politicologie te gaan studeren. Ik verhuisde naar Amsterdam. Het geloof bleef me eveneens interesseren en ik ging daar naar allerlei kerken, gemeenten en groepen. Overal leerde ik iets. Bij het studentenpastoraat deed ik interessante nieuwe ideeën op. Bij de Navigators en Youth for Christ leerde ik over persoonlijk omgaan met God. En in Amstelveen ging ik naar een soort catechisatiegroep in de Pauluskerk. De voorganger daar wist de bijbelverhalen zo te vertellen dat ze je raakten, dat je er zelf in voorkwam, levensecht, alsof God af en toe in je oor fluisterde. Al met al was het een soort sprokkelen en ik werd er steeds meer door gegrepen! Na twee jaar politicologie besloot ik dus theologie te gaan studeren. Omdat ik zo veel verschillende dingen hoorde, vroeg ik me wel af: wat is nu waar? Iedereen probeert God te verklaren, maar hoe zit het nu eigenlijk? Doordat ik nogal vrij was opgevoed, had ik van jongs af aan wel het idee dat God veel groter en heel anders was dan wij mensen konden bedenken. Toch bleef ik erover malen.”

Kwam je eruit?

,,Nou, ik kreeg een Godservaring, een soort visioen. Ik was toen al veel met koken bezig en het grappige was, dat God mij aansprak in termen van eten. Ik lag op bed en boven mij hing een enorm hemels etensbord, ik kon niet zien wat erop lag. Ik stak mijn arm uit en pakte er iets af. Het waren doperwtjes. Aan de andere kant van het bord vond ik aardappels. Weer ergens anders appelmoes. Toen kwam in me op: dat is God. Voor de één liggen er doperwten op het bord, voor de ander aardappelen, maar wat er nog allemaal méér op dat bord ligt, is verborgen, dat zien wij niet. Laat je niet wijsmaken dat er alleen doperwtjes op liggen, of aardappels. God is de héle maaltijd en dat kunnen wij niet bevatten. Hij is nog grotendeels voor ons verborgen. God kijkt als het ware van boven op ons neer en denkt: wat zeggen en schrijven ze nú weer over Mij? Zoals de theoloog Karl Barth, die zei dat we niets over God konden weten, behalve wat Hij ons heeft geopenbaard. Dat klinkt heel bescheiden, maar vervolgens schreef Barth zestien dikke delen dogmatiek over God! En God ziet dat we allemaal de plank mis slaan. Daarom heb ik altijd een soort heilige distantie. Sommige mensen denken té goed te weten hoe de Here God in elkaar steekt, daar ben ik altijd wat huiverig van.”

Doorleefde relatie met God

Hoe vond je daar evenwicht in?

,,Eigenlijk door die dominee op zolder in de Pauluskerk. De manier waarop hij met de Bijbel omging, vond ik heerlijk fris: aan de ene kant niet bang zijn voor moderne inzichten, maar aan de andere kant wel een doorleefd geloof hebben, een doorleefde relatie met God. Niet alleen óver Hem maar ook mét Hem praten. Dat hielp mij echt. Toen dacht ik: het is allemaal veel warmer, mooier en belangrijker dan ik dacht! Bezig zijn met God gaat over vragen als: waar kom ik vandaan? Waar ga ik naartoe? Wie mag ik zijn? Heel persoonlijk. Het persoonlijke karakter van God die ieder mens aankijkt. Ik wist me gezien door God en toen dacht ik: ik gun andere mensen die ervaring ook!”

Welke rol speelt Jezus in je geloof?

,,Dan kom ik weer bij een Godservaring terecht. Alles wat je in je leven verknalt, noemen we zonde. Op een avond had ik een soort droom dat ik op een spoorweg lag. Er kwam er zo’n grote, dreigende locomotief aan, met dikke zwarte rookwolken. Ik voelde dat die symbool stond voor onze menselijke tekorten, onze schuld. De trein denderde op me af en ik dacht: het is gedaan. Maar toen zag ik langs de spoorlijn een Man lopen met een kruis. Hij ging pal voor mij op de rails liggen. Toen de locomotief bij hem kwam, ontspoorde die en vloog de hele trein van de rails. Ik was gered! Het was voor mij het beeld dat Jezus zijn leven voor mij had gegeven. De locomotief stond niet alleen voor tekort, maar ook voor onze angsten: verdwijnen we straks niet in het niets? We zijn ook maar stofjes in het heelal, we kunnen in peilloze diepten vallen. Waar moet het heen met ons? Straks blazen we de hele aarde nog op, of we roken hem op als een oude sigaar. Al mijn angsten zaten in die locomotief. Maar Jezus kwam eraan, ging met kruis en al op de spoorlijn liggen en ik werd gespaard. Dat gaf me vertrouwen. Het gevoel van: het is ook Gods wereld. Overigens weet je natuurlijk nooit zeker of zo’n visioen van God komt, maar als het je helpt om je weg te vinden als mens, als het je iets wezenlijks onthult, dan mag je daar toch op vertrouwen, vind ik.”

Kon je die visioenen plaatsen?

,,Ik vertelde erover in die catechisatiegroep. De dominee zei: ‘Wees er blij mee, want er kan ook een tijd komen dat je droog staat.’ Hij noemde zulke beelden ‘kapstokken voor het geloof’, haakjes waar je iets aan kunt hangen, zodat je weer verder kunt. Misschien komt er geen haakje bij, maar dat ene haakje héb je, voor de rest van je leven. Het maakte veel indruk op me.”

Bijbels Culinair

Intussen bleef je ook koken. Hoe combineerde je dat met je predikantschap?

,,Toen ik in Zuidlaren stond, begon ik met workshops Bijbels Culinair. In de katholieke kerk, welteverstaan: onze koster vond het niet zo prettig als die etensluchten nog in het kerkgebouw hingen wanneer er een koor kwam oefenen. Maar de pastoor, net als ik afkomstig uit Twente, zag geen enkel probleem. Hij zei: ‘Ach, een beetje wierook en geen mens ruukt meer wat’. We kregen dus een plek in de bezemkast voor onze spullen, waaronder twee gasflessen van de rommelmarkt en bijbehorende kookpitten. Op workshopavonden haalden we de bezemkast leeg en kookten we met gereformeerden, hervormden en katholieken samen. Heel interkerkelijk. Ik heb er mooie herinneringen aan. In het begin hadden we geen oven, maar een hervormde mevrouw aan de overkant van de kerk stelde gelukkig die van haar beschikbaar. Er werd dus geregeld heen en weer gelopen. Op een ijskoude, spekgladde avond ben ik op de terugweg nog eens uitgegleden, waardoor de gebraden kip zó uit de ovenschaal de straat op stuiterde. Gelukkig gleed hij over de beijzelde stenen precies de goede kant uit: de kip was eerder terug bij de kerk dan ik!”

Sinds die eerste workshops heb je je culinaire activiteiten landelijk uitgebreid en diverse boeken geschreven. Heb je ooit een koksopleiding gevolgd?

,,Nee, ik heb het uit mezelf ontwikkeld. Ik heb zo veel kookboeken, dat ik er een hele studeerkamer mee kan vullen. Mijn ouders stimuleerden mijn gevoel voor eten al toen ik nog kind was. We gingen in Almelo af en toe bij de chicste restaurants eten. Als jochie van acht at ik dan schildpadsoep met madeira. Mijn vader zei altijd ‘lusten we niet kennen we niet, alles proberen’, en ik vond het allemaal heel interessant. Hoewel die madeira in mijn achtjarige keeltje niet meeviel.”

Je eet nog steeds met je vrouw af en toe in sterrenrestaurants. Zoals bij de Librije in Zwolle van Jonnie en Thérèse Boer, die ook het voorwoord schreven in je boek Bijbels Culinair.

,,We sparen ervoor om dat te kunnen doen. Tijdens de maaltijd sla ik alles in mij op en analyseer ik het. Dat zijn leerzame etentjes. Ik zou best graag twee maanden studieverlof willen, om te kunnen meelopen in een goed restaurant en daar nieuwe kooktechnieken te leren. Zoals sous-vide koken. Dan laat je vlees of groenten zes uur vacuüm garen in geïsoleerde bakken op tachtig graden, met een fantástisch resultaat. Maar van zo’n restaurantstage is het nog niet gekomen. Wie weet, ooit.”

Preken en koken

Zijn preken en eten koken te combineren?

,,Jazeker, als je dingen kookt met een bijbelse achtergrond, zoals linzensoep van Jacob of een Romeins eitje, dan kun je er van alles bij vertellen. Al is dat tijdens het koken zelf lastig, dus doe ik dat meestal als de mensen aan tafel zitten. Dan vertel ik hoe dat zit met zo’n linzensoep, en dat een olijf niet zomaar een olijf is en een dadel niet zomaar een dadel. En waar de granaatappel allemaal een teken van is, hoe ze daar zo bij gekomen zijn en wat wij ermee kunnen.”

Daarmee wil je mede Gods boodschap doorgeven?

,,Als student had ik zo’n poster op de deur hangen met de tekst ‘want ik schaam mij het evangelie niet’. Daar denk ik nog wel eens aan terug. We zitten vaak te suffen in de kerk, terwijl we zo’n mooie boodschap hebben! We hebben goud in handen en we doen er vaak zo weinig mee… Het is zo belangrijk om ons dat te realiseren en ons er niet voor te schamen. Voor mij is het een uitdaging en passie om dat te doen in combinatie met koken.”

Je pleit voor nieuwe voedselwetten

,,Nou, ik denk dat het goed is als christenen oog hebben voor duurzaamheid en milieu. Ik probeer zelf duurzaam en fairtrade te werken en bijvoorbeeld biologisch vlees te gebruiken. Het hoeft allemaal niet veel te zijn, als je vijf gangen maakt, krijgen mensen toch wel genoeg. Slow food vind ik ook belangrijk: koken met aandacht, pure smaken en vergeten groenten op het menu zetten, en alles met respect voor de aarde.”

Hoe houd je dit allemaal vol?

,,Ik ga volgend jaar minimaal twintig procent minder werken als predikant. In de vrijgekomen tijd kan ik me dan voor allerlei activiteiten inzetten. Gelukkig heb ik een conditie als een beer, ik werk soms door tot twee, drie uur ’s nachts. Mijn vrouw kan mijn tempo ook vaak niet bijbenen hoor. Ze vraagt zich af of ik wel genoeg slaap krijg. De zondagmiddag en een deel van de avond zijn voor mijn moeder, die dementerend is. Er valt altijd genoeg te regelen en het is natuurlijk ook gewoon gezellig om bij haar te zijn. Op maandagochtend slaap ik wat langer – maar dat mag dan ook wel, toch?”

Lees het levensverhaal van Han Wilmink in Elisabeth Magazine (2021, editie 18). Ook de Elisabeth ontvangen? Neem een abonnement.  

Tekst: © Elisabeth (Monique Boom)
Beeld: via Han Wilmink

Elisabeth is een magazine dat ingaat op actuele geloofs- en levensvragen van mensen van vandaag. Het biedt op persoonlijke manier bemoediging en steun vanuit het christelijk geloof. Dat gebeurt in een gevarieerde mix met verhalen van mensen over hoe zij het geloof vertalen naar hun dagelijks leven, met informatieve achtergrondartikelen en reportages over relevante thema’s, een pastorale vragenrubriek, herkenbare columns en gedichten. Er is ook volop plaats voor schitterende natuurfotografie, kunst, humor, psychologie en duurzaam leven. Het magazine richt zich op iedereen vanaf 50 jaar. Bent u nog geen abonnee? Bekijk dan onze abonnementen en word lid!