Home Interview Karl verhuisde van Groningen naar Winschoten: ‘De kerk heeft weinig aanhang hier’

Karl verhuisde van Groningen naar Winschoten: ‘De kerk heeft weinig aanhang hier’

Van de stad naar het platteland

door Caroline de Vente
Karl verhuisde naar winschoten

Vanuit de hectiek van de stad naar de rust van het platteland vertrekken: het klinkt idyllisch. In de serie Van stad naar Platteland portretteren we drie gezinnen, die de stap gezet hebben. Waarom vertrokken ze naar een dorp, wat waren hun idealen en verwachtingen? Was het een cultuurschok om van een hippe stadskerk in een gemoedelijke dorpskerk terecht te komen? En heeft het christen-zijn in een dorpsgemeenschap hen nieuwe inzichten opgeleverd? In dit tweede artikel uit de reeks van drie ontmoeten we Karl Sluiter.

Van Groningen naar Winschoten

Twee jaar geleden verhuisde Karl (27) met zijn vrouw Maira vanuit de stad Groningen naar het provincieplaatsje Winschoten. De keuze voor het platteland was een praktische, Maira werkt in Winschoten als verloskundige. Ze verwachten in de zomer hun eerste kind.

Karl mist wel een beetje de sfeervolle monumentale Martinikerk, de vesperdiensten, de mooie muziek. Het kerkgebouw in Winschoten is gewoon zo’n jaren zeventig gebouw met puntdak en systeemplafond, vertelt Karl. Maar wat hij belangrijker vindt: een kerk in de buurt, een kerk waar we ons thuis voelen, een kerk voor onze kinderen.

Ze voelden zich erg thuis in de Martinikerk in Groningen. Een gemeente met veel studenten en hoogopgeleide mensen, en die vind je niet per se in Winschoten. ‘We zochten hier een kerk waar we niet alleen iets te halen hebben, maar ook iets kunnen brengen.’ Zelf afkomstig uit de PKN, kwamen ze hier terecht bij de Christelijk Gereformeerde Kerk.

Politiek actief

Aansluiting bij een plaatselijke kerk wilden ze ook om hun sociale netwerk in Winschoten uit te breiden. Karl is politiek actief en ontmoet mensen graag in de buurt en in de kerk. Maira heeft haar cliënten hier, waarvan ze sommige in de kerk tegenkomt. ‘Onze familie zit op afstand, en dan zoek je hier op een andere manier verbinding. Een kerkelijke gemeenschap speelt daarin een belangrijke rol.’

Deze regio heeft van oudsher te kampen met grote sociaaleconomische uitdagingen, vertelt Karl. ‘Dat zie je in mentaliteit, populatie, uiterlijk, gedrag.’ Het is echt een heel andere omgeving dan de stad. Winschoten is heel seculier, een gebied waar van oudsher het communisme een grote rol speelde. De kerk heeft weinig aanhang hier. Het grote verschil met een stadsgemeente – met zijn verspreid wonende leden – is dat hier alles veel minder op afstand is. Het idee van ‘de kerk die er ook voor de wereld is’ krijgt hier makkelijker vorm. Karl vindt echt belangrijk dat de kerk ook die functie vervult. ‘Het is hier zoveel makkelijker om even met gemeenteleden af te spreken om iets te doen.’

Kerk-zijn gaat verder dan als gelijkgestemden bij elkaar klitten op zondag. Het is vooral een plek van waaruit je de buurt ingaat, om je naaste lief te hebben als jezelf. De kerk moet in de samenleving staan en een voorbeeld zijn in het geloven in God. ‘Hier heb je als kerk echt een opdracht: niet de zendeling uithangen, maar ook je gaven uitdelen en met je daden laten zien wat het inhoudt om kerk te zijn. Dat heb ik wel leren zien.’ 

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Elisabeth (2021, editie 15). Wil je ook de Elisabeth ontvangen? Neem een abonnement.

Lees ook:

Tekst: © Elisabeth (Clasina de Niet)
Beeld: Marjan van der Meer – Pure Fotografie