Home Interview Jan van den Bosch: ‘Ik bid dat ik in het harnas sterf’

Jan van den Bosch: ‘Ik bid dat ik in het harnas sterf’

door Caroline de Vente
Jan van den Bosch

Vroeger werkte hij zestien uur per dag en rende hij vaker dan hij liep. EO-collega’s noemden hem de F-16. Hoewel Jan van den Bosch vorig jaar zeventig werd, heeft hij aan snelheid weinig ingeboet. In het huis van de presentator, ondernemer en filantroop is geen geranium te bekennen. ,,Nietsdoen is voor mij het grote zwarte gat.”

Straaljager

Jan ontvangt me gastvrij in de 17e-eeuwse burgemeesterswoning waarin hij sinds zijn vijftiende woont, en die hij later kocht en grondig verbouwde. Het pand dient tevens als studio voor de tv-programma’s Hour of Power (RTL5) en Thuis en Geloofshelden (Family7). Na een professioneel ogende latte (‘Starbucks, meegebracht uit Amerika’) zet ik voor de zekerheid de voicerecorder aan: ook als verteller is Jan een straaljager.

Lees ook: Zo blijf je fris en krachtig in de derde leeftijd

Je werkte – aanvankelijk met tegenzin – mee aan de biografie die Jeannette Coppoolse schreef. Sindsdien word je veel geïnterviewd. Hoe is dat?

,,Nou… ik voel me veiliger aan de kant van de interviewer. Ondervraagd worden is best confronterend. Toen ik voor dat boek werd geïnterviewd, had ik voortdurend de neiging om te stoppen of bij te sturen, maar daarvoor was Jeannette niet ontvankelijk. Ten diepste ben ik een onzeker mens, gevoelig voor wat anderen zeggen. Eind vorig jaar was ik in Op1, een miljoen kijkers. Er waren veel instemmende reacties en twee onaardige. Van die twee ben ik dan helemaal ontdaan. Mijn secretaresse zei: ‘Kijk nou naar al die leuke berichten!’ Maar op dat moment telt dat niet.”

Hoe kom je dan over kritiek heen?

,,In een moeilijke tijd, na een relatiebreuk, leerde ik Henri Nouwen kennen. Die zette me op het spoor dat het niet gaat om wat je hebt of doet, of wat anderen zeggen: je bent Gods geliefde kind. Dus als ik voel dat ik val, weet ik tóch dat Gods armen onder me zijn. Wat mensen zeggen raakt me, maar nooit zo diep dat ik er verbitterd of kwaad door word – terwijl ik redelijk snel aangebrand ben, hoor. Als het oprechte kritiek is, moet ik me dat ook aantrekken. Ik ben niet zo gemakkelijk corrigeerbaar, dus ik ben blij dat er mensen om me heen zijn die me kritiek geven.”

Ondanks Henri’s ontspannen credo sta je bekend als iemand die de lat hoog legt…

,,Daarover heb ik weleens discussies met Bobby Schuller, de jonge voorganger van Hour of Power. Ik liep een keertje met hem te praten en was hem ineens kwijt. Hij bleek honderd meter achter me te lopen. ‘Jan, ik loop niet zo hard als jij, ik vind dat ook niet nodig’, zei hij. Hij maakt zich geen zorgen, maar vertrouwt op Jezus. Dat doe ik ook, maar ik ben wel van hurry en aanpakken. Het is voor mij in die zin een moeizaam credo.”

In dienst van de EO

Heb je ooit Gods stem gehoord?

,,Toen ik begin jaren zeventig bij de EO werd gevraagd, kon ik ook terecht bij de centrale PTT-directie. De EO had financieel weinig te bieden, de PTT bood een goed salaris. Ik twijfelde. ’s Zondags in de kerk hoorde ik Gods stem, wat me zelden gebeurt: ‘Kies je voor je carrière of voor Mij?’ Toen was het duidelijk.”

Spijt gehad?

,,Nooit. Ik had als verslaggever het mooiste leven dat ik kon bedenken. Het heeft me ook veranderd. Net in EO-dienst moest ik naar de Sahel, waar hongersnood was. Een vrouw in lompen gaf me een pakje. Het bleek een stervend kindje te zijn.” Met vochtige ogen: ,,Op dat moment was ik toch wel heel erg mijn geloof kwijt. Ik heb vaak het woord God verkeerd gebruikt. Want ik dacht: dit kindje heeft nooit van Jezus gehoord en ik was opgevoed met het idee dat het dan verloren was. God bepaalde me via Johannes 3:16 bij zijn grote liefde voor deze wereld. Dat overtuigde me ervan: dit kind heeft geen kans gehad, maar het is nu veilig in Jezus’ armen. Ja, dat raakt me nog altijd, want dát is de God die ik heb mogen ontdekken.”

Aanvaarding

Hoe kijk je naar je levenseinde?

,,Mijn ouders woonden in een aanleunwoning. Toen ik op reis was en familieleden hen onverwacht verhuisden naar een verzorgingshuis, was dat voor mijn moeder een drama! Ze mocht zichzelf niet meer wassen of zelf koken. Alles werd gedaan. Dat is ook mijn angstbeeld: oud worden in een situatie die humaan líjkt, maar waarin je niets meer te zeggen hebt. Ik bid dat ik in het harnas sterf. [In deze covid-tijd moet ik trouwens veel aan mijn ouders denken. Je hoort over mensen die vorig jaar alléén moesten overlijden. Onmenselijk, traumatisch… Ik prijs me gelukkig dat ik fulltime bij mijn beide ouders mocht zijn toen ze in 2016 stierven.”]

Kun je aanvaarden wat op je pad komt?

,,Dingen die ik kan veranderen, accepteer ik niet. Maar het is moeilijk te aanvaarden dat knokken soms niet helpt. Dat gaat bij mij dan via woede en ongeloof, tot er berusting komt en ook aanvaarding. Een spannend leerproces. Mijn geloof is daar een enorme steun bij. Zonder dat had ik het nóg moeilijker gevonden.”

Lees ook het vervolginterview met Jan: ‘Pas als ik in de kist lig, ben ik gearriveerd’.

Dit interview is eerder gepubliceerd in Elisabeth Magazine (2021, editie 4). Wil je ook de Elisabeth ontvangen? Neem een abonnement. Of deel de Elisabeth uit in de kerk met ons pastoraal compleet abonnement, speciaal voor kerken en verenigingen.