Home Thema'sBemoediging God weet raad met onze beperkingen

God weet raad met onze beperkingen

Wat zegt de Bijbel over omgaan met beperkingen en verdriet?

door Caroline de Vente
Beperkingen

Ziekte, beperkingen en rouw: het zijn thema’s die we allemaal in ons leven tegenkomen. Afscheid moeten nemen van een droom of toekomstbeeld, een gezond lichaam, een geliefde, een fijne woonplek… Het zijn vormen van lijden en van rouw die we ook in de Bijbel volop tegenkomen. Welke wijze levenslessen reikt de Bijbel ons aan over hoe we met beperkingen, gevoelens van onmacht en van verdriet kunnen omgaan?

Pijn, lijden en kwetsbaarheid

In de Bijbel vormen de verhalen over verlies en afscheid een rode draad. Vanaf Adam en Eva die afscheid moeten nemen van de tuin van Eden tot aan Openbaring, waar staat dat de oude wereld voorbij zal gaan. En dan al die verhalen ertussenin. Kaïn vermoordt zijn broer Abel. Abraham verlaat zijn familie. Jakob vlucht voor zijn broer Esau, waarna hij zijn moeder nooit meer ziet. Vrouwen willen graag zwanger worden, maar worden geconfronteerd met een lege buik. Ziekte, hongersnood, jaloezie, gevechten en ga zo maar door.

Pijn en lijden zijn onderdeel van deze wereld. De schepping wordt voortdurend geconfronteerd met kwetsbaarheid. Niet voor niets zegt de profeet Jesaja dat de mens is als gras, ‘hij bloeit als een veldbloem. Het gras verdort en de bloem verwelkt…’ (Jesaja 40:6-7). Een mensenleven is kwetsbaar, broos (Psalm 103:15). Uiteindelijk sterft alles wat op aarde leeft.
Een belangrijk inzicht dat de bijbelse verhalen ons leren is: de dood doet pijn. De dood ‘hoort’ niet, het is niet zoals God het heeft bedoeld. Het verdriet over de aanwezigheid van pijn, ziekte, beperkingen en de dood laat ons inzien dat dit leven hier op aarde niet ons einddoel is. We hebben verlossing, een ingrijpen van Boven, nodig uit dit leven, om te kunnen leven voor de eeuwigheid.

Elkaar steunen

Waar geleefd wordt, wordt getreurd. Maar dat is gelukkig niet de enige boodschap van de Bijbel. Soms zijn er verhalen waarin God ingrijpt. Ook nu nog grijpt Hij in: mensen worden genezen of maken iets bijzonders van God mee. Opvallend aan de wonderen die Jezus deed, is dat de gemeenschap altijd betrokken is. Uit de verhalen blijkt dat God mensen aan elkaar geeft om elkaar te steunen.

Paulus schrijft bijvoorbeeld dat gelovigen samen één lichaam vormen: daar waar één lid lijdt, lijdt iedereen mee. Zorgen voor elkaar is daarom een belangrijk bijbels thema. Voortdurend wordt de mens opgeroepen om voor de schepping te zorgen en om naar elkaar om te zien. God geeft ons aan elkaar, om elkaars helper te zijn. Een indringend voorbeeld hiervan is hoe Jezus vlak voor zijn sterven zijn moeder Maria wijst op zijn leerling Johannes. Vanuit zijn eigen eenzaamheid, lijden, verdriet en pijn ziet Jezus wat Maria en Johannes nodig hebben. Elkaar. Mensen om hen heen, die naar hen omzien. Mensen die niet weglopen, maar in de pijn en in het verdriet elkaar nabij blijven.

Maria ziet hoe haar zoon sterft, maar ze is niet alleen. Dit is het tweede belangrijke inzicht uit de Bijbel: God geeft ons aan elkaar om elkaars helper te zijn. Omdat God zelf voortdurend als Helper voor de mens zorgt. Zelfs nog voordat we geboren waren (Psalm 71). De liefde die we voor elkaar hebben, laat bovendien iets zien van Wie God is (Joh. 13:35). Zo kunnen we ons lijden en ons verdriet samen dragen.

Een nieuwe kans

Een derde belangrijk inzicht dat we vinden in de Bijbel, is de belofte dat God trouw en liefdevol is. Hij heeft deze wereld met zijn pijn en verdriet niet losgelaten. God ziet het grotere perspectief: Hij vindt deze wereld een nieuwe kans waard. Ook vandaag is er weer een nieuwe dag gekomen. Hij heeft opnieuw besloten er geen einde aan te maken. Zijn trouw is nieuw, elke morgen. Hij ziet kennelijk nog voldoende kansen, mogelijkheden, redenen tot vreugde. God ziet het nog zitten met ons en met de wereld!

In de woorden van de Bijbel vinden we zo, door onze tranen heen, hoop. Er is ons beloofd dat God ooit onze tranen zal afwissen (Openbaring 21:4). Misschien zullen we dan alleen nog tranen hebben van vreugde, omdat alles eindelijk goed is. Rouwen is daarom niet loslaten, maar anders leren vasthouden. Het is dankbaar zijn voor wat je hebt gehad, én verdrietig mogen zijn voor wat je hebt verloren. In het geloof dat uiteindelijk niets van dit alles uit Gods hand valt.
We laten niet los, maar vertrouwen ons verdriet, onze dankbaarheid, onze pijn en onze vreugde toe aan Hem. In het vertrouwen (waar overigens het woord ‘rouwen’ in besloten ligt) dat het verdriet in dit leven niet het laatste woord heeft. Want ooit… zullen we geen zorgen meer hebben, niet meer verdrietig zijn. Dan zal onze rouw zich omkeren in een vreugdedans (Psalm 30:12). Zo mogen we ons verdriet en onze zorgen ook vandaag bij de Heer neerleggen.

Uit de Bijbel:

  • Vang mijn tranen op in uw kruik. (Psalm 56:9)
  • Elke morgen schenkt Hij nieuwe weldaden. Veelvuldig blijkt uw trouw! (Klaagliederen 3:23)
  • Heb de Here, uw God, lief met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw verstand en met heel uw kracht. En het gebod dat daarna komt, is dit: Heb uw naaste net zo lief als uzelf. (Marcus 12:30, Het Boek)
  • Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God. (Romeinen 8:19 (HSV)

Om over na te denken:

  • Hoe ontvang jij deze nieuwe dag?
  • Lees Marcus 2:1-5. Welke helpers zijn er in jouw leven?
  • Is er iemand in jouw omgeving voor wie jij een helper kunt zijn door een liefdevolle blijk van aandacht (een kaartje, een tas boodschappen, een gebed)?

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Elisabeth Magazine. Wil jij Elisabeth ontvangen? Neem een abonnement

Tekst: © Elisabeth (Marije Vermaas)
Beeld: Pexels (Marcus Aurelius)

Lees ook: